ISO 11228 : Manueel hanteren
van lasten
ISO
11228-1: 2003 Tillen en dragen
ISO 11228-2: 2007 Trekken en duwen
ISO 11228-3: 2007 Hanteren van lichte lasten
aan hoge frequentie
ISO
11228-1 : Tillen en dragen
Dit
eerste deel van de ISO 11228 norm is van toepassing voor het
tillen van lasten boven de drie kg en het wandelen met een
gewicht aan een gemiddelde snelheid. Er wordt uitgegaan van
één persoon die 8 uur per dag werkt in rechtopstaande
houding zonder verschillende taken te combineren.
De
absolute grenswaarden volgens deze norm zijn:
• maximum gewicht van 25 kg
• maximale frequentie van 15 keer per minuut
• maximaal totaal gewicht dragen van 10 000 kg per dag
Om
een risicoanalyse uit te voeren wordt een methode voorgesteld,
deels gebaseerd op de NIOSH methode.
Er dienen vijf stappen doorlopen te worden:
Stap
1: Gewicht < 25 kg?
Stap
2: Gemiddeld gewicht toelaatbaar aan huidige frequentie?
Stap
3: Best en worst case situatie toelaatbaar volgens NIOSH-methode:
frequentie, horizontale en verticale afstanden, verticale
verplaatsing, asymmetrie en contact ?
Stap
4: Totaal gewicht dragen < 10 000 kg?
Stap
5: Totaal gewicht dragen toelaatbaar per minuut, uur en dag?
Afstand |
Frequentie |
Kg/min |
Kg/u |
Kg/8u |
20m |
1x/min |
15 |
750 |
6000 |
10m |
2x/min |
30 |
1500 |
10
000 |
4m |
4x/min |
60 |
3000 |
10
000 |
2m |
6x/min |
75 |
4500 |
10 000 |
1m |
8x/min |
120 |
7200 |
10
000 |
Tabel:
Grenswaarden dragen van gewichten (stap 5).
Voorbeeld:
In een magazijn werken mannen gedurende 8 uur per dag. Hun
hoofdtaak is bestellingen klaarzetten voor groot warenhuizen.
Dit bestaat voor 75% van de tijd uit het manueel hanteren
van lasten en voor 25% van de tijd uit administratief werk.
De gewichten die ze oppakken variëren tussen 1 en 24
kg aan een frequentie van vier keer per minuut. Er zijn geen
handvatten aan de pakken voorzien. Ze worden op een pallet
gestapeld met volgende afmetingen: 15 cm x 80 cm x 120 cm.
De horizontale beginafstand bedraagt 20 cm op het begin van
het pallet tot 1m op het einde ervan.
Stap
1 : Gewicht < 25 kg
In
orde
Stap
2 : Gemiddeld gewicht van 9 kg aan frequentie 4 keer minuut
Zes
uur tillen met een frequentie van 4 keer per minuut levert
een frequentiefactor van 0,45 op. Vermenigvuldigd met de 25
kg onder ideale omstandigheden is in deze situatie een maximum
van 11,25 kg aanvaardbaar. Het gemiddelde van 9 kg blijft
hieronder.
Stap
3 : Best en worst case volgens NIOSH-methode
In
de best case situatie kan het gewicht dicht bij het
lichaam vastgenomen worden. Dit geeft volgende factoren (zie
NIOSH-tabellen):
• horizontale afstand : factor 1
• verticale afstand : factor 1
• Verticale verplaatsing : 0,87 (over 1m afstand: van
0,75 cm tot 1m75)
• Rotatie rug : factor 1
• Contact : factor 0,9 (slecht)
De
berekende Lift Index is kleiner dan 1, de situatie is dus
aanvaardbaar.
In
het slechtste geval gelden volgende factoren:
• horizontale afstand : afstand 60 cm van beide kanten
tillen
• verticale afstand : op 20 cm van grond
• verticale verplaatsing :
• rotatie : 60° :
• contact : slecht : 0.90
De
berekende Lift Index is ruim hoger dan 2, onaanvaardbaar !
Stap
4 : Totaalgewicht < 10 000 kg
9 kg x 360 min (6 uur) x 4x/min = 12 960 kg : te belastend
!
Stap
5 : Totaalgewicht per minuut, uur of dag
Te
belastend !
ISO
11228-2 : Trekken en duwen
Trekken
en duwen wordt in de ISO norm gedefinieerd als één
persoon, die met twee handen, op een gecontroleerde manier
een last trekt of duwt. Dit gebeurt vanuit een staande houding
(niet zittend) waarbij het hele lichaam wordt ingezet.
De
gevaren die geïdentificeerd kunnen worden zijn:
• Kracht : begin en volgehouden duw/trekkracht
• Houding : zijwaarts kantelen, voorover buigen en draaien
van de rug
• Frequentie en duur
• Afstand
• Object : wielen en onderhoud ervan
• Omgeving : helling, tredes, warmt, koude en trilling
• Individu : leeftijd, geslacht, gezondheid, training
en wrijving schoenen
• Organisatie : geen herstelpauzes, afwisseling of regelmogelijkheden
Om
een risico-evaluatie uit te voeren
worden twee verschillende methodes voorgesteld:
• Methode 1 : Combinatie van een checklist
en Snook
• Methode 2 : Berekenen van grenswaarden voor spierkracht
en skeletale kracht
Methode
1
In een eerste stap wordt informatie over de taak verzameld
aan de hand van een checklist. Hierin staan de verschillende
risicofactoren opgesomd die van toepassing zijn tijdens trekken
en duwen van lasten. De volgende stap bestaat uit het meten
van de trek- en duwkrachten. De interpretatie gebeurt aan
de hand van de Snook-tabellen
zodat de taak aanvaardbare belasting inhoudt voor 90% van
de werknemers. De tabellen houden rekening met volgende factoren:
• hoogte handgreep
• afstand waarover geduwd/getrokken wordt
• frequentie
• geslacht
• begin en volgehouden duw/trekkrachten
Rood |
Trek/duwkrachten
> grenswaarden Snook tabellen |
Rood |
Trek/duwkrachten
< grenswaarden uit Snook-tabellen, maar er blijken
een groot aantal risicofactoren uit de checklist.
|
Groen |
Overige gevallen
|
Voorbeeld:
In de keuken van een ziekenhuis wordt een geladen kar één
keer per minuut over een afstand van 10 m voortgeduwd. Om
de kar in beweging te krijgen is een duwkracht van 125 N vereist,
al rijdend is dit slechts 30 N. De hoogte van de handgreep
bevindt zich op 1m45 van de grond.
Na
het overlopen van de checklist is het aantal risicofactoren
beperkt. Er zijn geen echte handgrepen voorzien, de vloer
is wat glad en de omgevingstemperatuur is hoog.
In de Snook tabellen worden richtwaarden voor een afstand
van 8 en 15 meter gegeven. De krachten die voor 90% van de
vrouwen aanvaardbaar is, is 70 N voor de beginkracht en 40
N voor de volgehouden kracht voor 8m afstand. De gemeten duwkrachten
blijven hieronder, waardoor de situatie groen of aanvaardbaar
is.
Methode
2
Voor een meer specifieke en gedetailleerde risicoanalyse,
dienen vier stappen doorlopen te worden:
• Stap 1: Grenswaarden spierkracht
• Stap 2: Grenswaarden skeletale kracht
• Stap 3: Maximum toegelaten krachten
• Stap 4: Veiligheidsgrenswaarden
Specifiek
aan deze methode is dat rekening wordt gehouden met de karakteristieken
van de werknemers.
Stap
1: Grenswaarden spierkracht
Fbr
= Fb (1 – d – f)
Fbr
: grenswaarde spierkracht
Fb
: basiskracht op basis van werkhoogte, verdeling mannen/vrouwen
en leeftijd
d : afstandsfactor
f
: frequentiefactor
Stap
2: Grenswaarden skeletale kracht
In een tabel kan op basis van leeftijd en geslacht de limiet
voor drukkrachten in de rug bepaald worden. Na observatie
van de gewrichtshoek in de schouder en de richting van de
kracht, kan de overeenstemmende grenswaarde voor skeletale
kracht afgelezen worden. De nodige tabellen en grafieken kunnen
in de norm teruggevonden worden.
Stap
3: Maximum toegelaten krachten
De strengste limiet, spierkracht of skeletale kracht, wordt
weerhouden.
Stap
4: Veiligheidslimieten
Groen |
Maximum limiet
* 0.85 |
Rood |
Maximum
limiet * 1 |
Trek/duwafstand
< 5 meter : begin trek/duwkracht vergelijken met de grenswaarden.
Trek/duwafstand
> 5 meter : volgehouden trek/duwkracht vergelijken met
limieten.
ISO
11228-3 : Lichte gewichten aan hoge frequentie
In
dit deel worden twee methodes voorgesteld om het risico "repetitief
werken" te evalueren. De eenvoudige manier maakt gebruik
van een checklist met volgende items:
• Repetitiviteit
• Kracht
• Herstelperiodes
• Bijkomende factoren
Wanneer
het risico volgens deze checklist beoordeeld wordt in de gele
of rode zone, is een meer diepgaande analyse nodig. Hiervoor
wordt de OCRA methode voorgesteld.
De
OCRA methode begint met een taakanalyse. Voor elke deeltaak
of technische handeling worden volgende factoren bekeken (OCRA
tabellen):
• Kracht : Ff
• Houding : Pf
• Herhaling : Rf
• Bijkomende factoren : Af
•
Aantal minuten: t
Deze
factoren worden vermenigvuldigd met de referentie van 30 technische
handelingen per minuut op dagbasis. Tot slot worden voor de
globale taak nog twee factoren geëvalueerd:
• Werkduur : Rc
• Herstelperiodes : Dc
RTA
= 30 x Pf x Rf x Af x Ff x t x (Rc x Dc)
Deze
berekening leidt tot een maximaal aanbevolen aantal handelingen
(RTA). De OCRA index drukt dan de verhouding uit tussen het
reële aantal technische handelingen (ATA) en dit aanbevolen
maximum. Hoe hoger deze ratio is, hoe hoger het risico op
overbelasting.
OCRA-index
= ATA / RTA
Groen |
<
2,2 |
Geen
risico |
Geel |
2,3
- 3,5 |
Laag risico,
minder dan dubbel zo groot |
Rood |
>
3,5 |
Risico meer
dan dubbel zo groot dan groene job |
Voorbeeld:
Aan een assemblagelijn neemt de werknemer met zijn rechterhand
een stuk dat links van hem wordt aangevoerd via een transportband.
Vervolgens neemt hij met zijn linker hand een tweede component
die voor hem ligt. De taak duurt vijf seconden het tempo wordt
volledig bepaald door de bandsnelheid. Er wordt 8 uur per
dag gewerkt met een luchpauze van één uur. In
de voor- en namiddag om 10 en 16 uur is telkens een pauze
voorzien van één kwartier. Het repetitieve werk
wordt gedurende 435 minuten effectief uitgevoerd.
Voor
het bepalen van het aantal technische handelingen worden linker
en rechter arm apart bekeken. Met de rechter hand wordt de
eerste component genomen (3s) en gepositioneerd (2s). Dit
betekent een frequentie van 24 technische handelingen per
minuut of 1044 acties op een volledige shift.
Voor
het nemen van de component wordt een score 0,5 gegeven op
de Borgschaal door de werknemer. Het positioneren geeft score
1, wat het gewogen gemiddelde op 0,7 brengt. Hiermee stemt
een krachtfactor van 0,94 overeen (geïnterpoleerde waarde).
Elke
deeltaak wordt geëvalueerd op de aangenomen houdingen.
Voor elke houding wordt opgeteld hoeveel % van de tijd ze
voorkomt. In dit voorbeeld is de elleboog gedurende 40% van
de cyclustijd meer dan 60° gebogen. De pincetgreep echter
komt 96% van de tijd voor. Deze zwaarste score is hier bepalend,
wat overeenkomt met een houdingsfactor van 0,6.
Vermits
de cyclustijd korter is dan 15s en meer dan 50% van de tijd
dezelfde houding wordt aangenomen, scoort de frequentiefactor
0,7. Het gebrek aan regelmogelijkheden is een bijkomende psychosociale
belasting. Dit geeft factor 0,85.
De
totale werkduur van deze taak bedraagt 435 minuten per dag.
De twee pauzes van 15 minuten en het opkuisen gedurende 15
minuten worden afgetrokken van de acht uur werken (480 min).
De factor voor werkduur komt zo op 1.
Het
aantal uren zonder voldoende herstelpauzes komt op 5. De eerste
twee uren in de voormiddag tussen 8 en 10 uur worden volledig
gewerkt. In de namiddag wordt continu gewerkt van 13 tot 16
uur. Het laatste uur in de voor- en namiddag wordt altijd
als voldoende herstel gerekend omdat deze gevolgd worden door
een lange rustperiode.
RTA
= 30 x Pf x Rf x Af x Ff x t x (Rc x Dc) =
RTA
= 30 x 0,6 x 0,7 x 0,85 x 0,94 x 435 x 0,45 x 1 = 1971
OCRA
index = ATA/RTA = 10440/1971 = 5,3
(rode zone)
Invloed
van preventiemaatregelen:
• Optimaliseren van pauzemoment
• Aanvoer van componenten verbeteren
Door
drie pauzes van 10 minuten te voorzien in plaats van twee
onderbrekingen van 15 minuten, zal het aantal uren zonder
voldoende herstel verminderen. Met een pauze op het einde
van het eerste en het begin van het derde uur, zal er in de
voormiddag slechts één uur zonder voldoende
herstel zijn. In de namiddag met de pauze in het tweede uur,
is dit nog voor twee uren het geval. Deze aanpassing betekent
dat de factor voor herstel van 0,45 zal wijzigen in 0,7.
RTA
= 30 x 0,6 x 0,7 x 0,85 x 0,94 x 435 x 0,7 x 1 = 3066
OCRA
index = ATA/RTA = 1440/3066 = 3,4 (gele zone)
Door
de band dichter bij de werknemer te laten aankomen en een
betere werkwijze te instrueren kan de houding sterk verbeterd
worden. De component die links komt aangevoerd via de transportband
zou met de linker hand opgenomen moeten worden, de component
voor het lichaam met de rechter hand. Zo moet de operator
de component maar half zo lang in zijn rechterhand met een
pincetgreep vasthouden. Dit brengt de houdingsfactor op 1.
RTA
= 30 x 1 x 0,7 x 0,85 x 0,94 x 435 x 0,7 x 1 = 5109
OCRA
index = ATA/RTA = 10440/5109 = 2 (groene zone)
Door
beide preventiemaatregelen in te voeren kan het risico op
overbelasting sterkverminderd worden. De OCRA index vermindert
van 5,3 naar 2 voor de rechter hand.
EN1335
(bureaustoel)
- EN527
(computertafel)
- EN1729
(schoolmeubilair)
- EN
12464
(verlichting)
-
EN1116
(keuken)
- EN
1005 (fysieke belasting) - ISO
11226
(statisch)
- ISO
11228 (manueel lasten)