NPR 1813

NPR 1813 – Ergonomie van kantoormeubelen

In december 2016 werd de nieuwe Nederlandse Praktijkrichtlijn NPR 1813 gepubliceerd. In de vorige versie werden de ruime verstelbaarheden van een “ergonomische” bureaustoel beschreven. De nieuwe norm is breder opgevat en geeft info over kantoormeubilair. In functie van het soort werkplek en het aantal uren dat men er werkt, gelden er andere eisen voor bureaustoel, tafel en hulpmaterialen.

Individuele vs. flexibele werkplek

Een individuele persoonsgebonden werkplek wordt gebruikt door één en dezelfde persoon. Het meubilair behoort goed instelbaar te zijn voor deze gebruiker en dient aan te sluiten op diens taken, activiteiten en vaardigheden.

Voor de flexibele werkplekken worden drie soorten beschreven: flexwerkplek, aanlandwerkplek en concentratiewerkplek. Telkens kunnen er meerdere mensen gebruik maken van dezelfde werkplek. Bij een flexwerkplek is dat doorgaans voor langere tijd. Een aanlandwerkplek kent doorheen de dag meerdere gebruikers, meestal voor kortere tijd. Een concentratiewerkplek biedt voldoende privacy en houdt afleiding/verstoring zoveel mogelijk buiten.

Bureaustoelen

Voor een individuele werkplek die minder dan twee uur per dag wordt gebruikt, moet de bureaustoel goed ingesteld kunnen worden aan die ene bureelwerker. Bij langer gebruik dient de stoel over een bewegingsmechanisme beschikken om afwisseling in houding toe te laten.

Een flexibele werkplek heeft meerdere gebruikers zodat strengere eisen voor de verstelbaarheid gelden. Bij kort gebruik is dat de EN 1335, de Europese norm rond bureaustoelen. Voor lang gebruik is dat de NPR 1813, die een ruimere verstelbaarheid voorstelt.

Nieuw is dat een opleiding bij een goede bureaustoel hoort. Hierin komt enerzijds een uitleg over de instelmogelijkheden thuis aan bod en anderzijds een uitleg over een goede instelling.

Bureautafels

Bij kortdurend gebruik van de werkplek is een vaste tafelhoogte toegelaten (74-76cm). Alles wat meer verstelbaar is, mag uiteraard ook, maar het hoeft niet.

Bij langer gebruik wordt uitgegaan van een zit-sta tafel als standaard. Bij de individuele werkplek wordt minimaal de verstelbaarheid van de Europese norm rond bureautafels (EN 527) gevolgd: 65 tot 125 cm. Voor de flexibele werkplek heeft deze Nederlandse praktijkrichtlijn NPR 1813 de verstelbaarheid verruimd van 65 tot 135 cm.

Hiermee speelt de norm ook in op de preventie van sedentarisme om zo het lang zitten te verminderen en te doorbreken.

Extra hulpmiddelen

Wat hulpmiddelen betreft wordt bij telefoneren een headset aanbevolen. Met een laptop hoort een laptophouder en een los toetsenbord. Als het scherm van de laptop klein is, is de richtlijn het aansluiten van de laptop op een groot scherm.

Terug van weggeweest worden ook de voetensteun en specifiek werkplekverlichting vermeld bij extra hulpmiddelen. Bij een documentenhouder gaat de voorkeur uit naar een opstelling tussen scherm en toetsenbord.

Andere zitconcepten

Om in te spelen op de trend van activiteitsgerelateerde werkplekken worden ook alternatieve zitconcepten beschreven. Hier worden weliswaar geen concrete afmetingen voor opgegeven.
In het lounge concept horen de zeteltjes, banken of fauteuils thuis om zittend te overleggen. Voor het concept van staand vergaderen worden zadelstoelen, stahulpen, enz… aangehaald bij langer gebruik (meer dan 2 uur).

Vergaderen

Wat de vergaderstoelen betreft wordt de Europese norm, EN 16139, overgenomen. Deze beschrijft de maten van een klassieke vergaderstoel. Bij langer gebruik is ook de keuze voor een bureaustoel voorzien.
Een vergadertafel heeft een vaste hoogte (74-76cm), meer verstelbare varianten zijn uiteraard toegelaten. Bij kort gebruik dient vooral het staand overleg aandacht. Formele vergaderingen gedurende langere tijd (meer dan 2 uur) gebeuren best al zittend. Informeel kan ook staand mits de hulpmiddelen om het lange staan te onderbreken.