EN12464

EN 12464-1 Werkplekverlichting binnen

In 2021 verscheen een update van de Europese norm, EN 12464-1, rond de werkplekverlichting binnen. Interessant aan deze norm zijn de tabellen waar voor alle mogelijke werksituaties de vereiste lichtkarakteristieken staan weergegeven. De norm EN12464 is bovendien ook opgenomen in de wetgeving rond verlichting.

1. Werkplek

De werkplek wordt onderverdeeld in drie zones, waarvoor aangepaste waardes gelden. Waar deze zones vroeger enkel in het horizontale vlak bekeken worden, is dat nu 3D. Het taakvlak wordt daarbij horizontaal, verticaal en onder een hoek bekeken.

  • Taakvlak: werkgebied
  • Directe omgeving: 0,5m rondom werkgebied
  • Achtergrond: >3m buiten de directe omgeving

2. Verlichtingssterkte (E)

De minimale gemiddelde verlichtingssterkte geldt voor het taakgebied en is afhankelijk van de visuele eisen van de taak. Nieuw daarbij is dat ook de minimale verlichtingswaarde voor de muren en het plafond zin opgenomen in de tabellen. De schaal van verlichting is als volgt:

20 – 30 – 50 – 75 – 150 – 200 – 300 – 500 – 750 – 1000 – 1500 – 2000 – 3000 – 5000 Lux

Voor een kantoorwerkplek is de minimale gemiddelde verlichtingssterkte 500 Lux. Deze waarde geldt voor het taakgebied waarin men effectief werkt. Dat is duidelijk kleiner dan een hele bureautafel. In de directe omgeving (50cm) mag de verlichtingssterkte lager zijn, met als minimum de voorgaande stap in Lux waarden. In dit voorbeeld 300 Lux. De minimale gemiddelde verlichtingssterkte voor de achtergrond (>3m) is minstens één derde van de directe omgeving. Op werkplekken waar men echt continu werkt, is 200 Lux een minimum.

3. Aangepaste verlichtingssterkte

Wanneer de lichtbehoefte hoger is dan normaal, dan dient men de minimale waarde van de gemiddelde verlichtingssterkte te verhogen. Het principe van aangepaste verlichtingssterkte werd vroeger ook reeds toegepast, maar in EN 12464:2021 concreet beschreven. De situaties met een hogere lichtbehoefte zijn:

  • Visuele taak is bepalend
  • Nauwkeurigheid of concentratie is vereist
  • Detailwaarneming of slecht contrast
  • Lange taakduur
  • Zeer weinig of geen daglicht
  • Lager gezichtsvermogen: 35-50 jaar en >50 jaar

Wanneer één verzwarende factor aanwezig is, kan men de verlichtingssterkte één stap verhogen. Wanneer er meerdere factoren zijn, kan men de vereiste Lux waarde zelfs met twee stappen vermeerderen. De waarde staat telkens aangegeven in de tabellen.

Wanneer er veel medewerkers boven de 50 jaar op een kantoor werken, hanteert men beter 1000 Lux. Dat is twee stappen hoger op de verlichtingsschaal. De tabellen vermelden nu ook deze waarde van aangepaste verlichtingssterkte.

Ook zijn er situaties waar de lichtbehoefte lager is:

  • Grote detailwaarneming of grote contrasten
  • Korte taakduur

Gelijkmatige lichtverdeling (U)

Het licht dient gelijkmatig verdeeld te zijn. De uniformiteit drukt dan de verhouding uit tussen de laagste en gemiddelde verlichtingssterkte binnen een zone. Afhankelijk van de visuele taak moet deze uniformiteit minimaal tussen 0,4 en 0,7 zijn in het taakgebied. Voor de directe omgeving geldt dan een waarde van minimaal 0,4 en voor de achtergrond minimaal 0,1. Dat betekent dan ook dat in de ruime omgeving de verhouding tussen de verlichtingssterkte in het taakgebied en de laagste waarde in de ruime omgeving niet hoger mag zijn dan 10:1.

Een andere factor die het licht helpt te verdelen, is een minimale reflectiewaarde van de grote oppervlakken in de ruimtes zoals het plafond, muren, vloer en objecten (meubels).

Oppervlak Reflectiewaarde
Plafond 0.7 – 0.9
Muur 0.5 – 0.8
Vloer 0.2 – 0.4
Grote objecten 0.2 – 0.7

Om licht te kunnen weerkaatsen in de ruimte, moet er eerst licht vallen op deze oppervlakken. Hiervoor zijn ook minimale verlichtingssterktes opgenomen voor de muren (50 Lux) en het plafond (30 Lux). De tabellen vermelden deze waarden nu specifiek per type activiteit.

Voor kantoorwerk met typen en schrijven geldt een minimale verlichtingssterkte van 500 Lux in het taakgebied. Voor de muren en het plafond is de minimum gemiddelde verlichtingssterkte respectievelijk 150 en 100 Lux.

Directe verblinding

Verblinding treedt op wanneer een bepaald gebied een grotere helderheid heeft dan de rest in het gezichtsveld. Om rechtstreekse verblinding te vermijden, geven de tabellen de verblindingsgraad van een lichtarmatuur, UGR of Unified Glare Rating. Dit is een maat voor verblinding door de armaturen. De schaalverdeling loopt van 10 tot 28, hoe lager de waarde hoe minder de verblinding..

Een andere gekende parameter om verblinding te vermijden is de afschermhoek. Deze vermijdt dat men rechtstreeks in een lichtbron kijkt vanop de werkplek. Deze waarden zijn uitgebreid voor armaturen met een niet-zichtbare lichtbron. In tijden van LED verlichting is dat een interessante aanvulling.

Luminantie lamp kcd/m2 Afschermhoek
20 – 50 15°
50 – 500 20°
> 500 30°

Indirecte verblinding

Indirecte verbinding kan men vermijden door volgende principes toe te passen:

  • matte wandbekleding
  • grote armaturen
  • lichte plafonds en wanden
  • juiste plaatsing armaturen met lage luminantie

De EN 12464-1 definieert ook de maximale helderheid of luminantie van armaturen in functie van de kwaliteit van het beeldscherm. Basis hiervoor is de ISO 9214-307. Bij blinkende schermen of afgeschermde beeldschermen in productie gelden andere waarden.

Hoge luminantie
> 200 cd/m²
Lage luminantie
< 200 cd/m²
Positief contrast
Normale precisie
Kantoor, onderwijs
< 3000 < 1500
Negatief contrast
Hoge precisie
Inspectie CAD kleuren
< 1500 < 1000

Lichtkleur

Voor de visuele beleving en het comfort is het van belang dat de omgeving, de kleuren van voorwerpen en de huid van mensen op een natuurlijke manier worden weergegeven. Daarom mag de kleurweergave-index (Ra) in werkruimtes niet lager zijn dan 80 Ra en in werkruimtes met speciale, hoge eisen niet lager dan 90 Ra.

De kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in Kelvin. Hoe hoger de temperatuur, hoe kouder het licht wordt ervaren. Bij daglicht varieert de kleurtemperatuur doorheen de dag, wat positief ervaren worden. Toch vermeldt EN 12464 geen grenswaarden voor kleurtemperatuur omdat deze parameter vooral afhankelijk van psychologische en esthetische factoren.

Kleurbeleving Kleurtemperatuur (K)
Warm < 3000 K
Neutraal 3000 – 5300 K
Koud > 5300 K

Daglicht

Het gebruik van daglicht wordt in de norm aangemoedigd. De variatie in hoeveelheid licht, de richting en kleur zorgen voor afwisseling wat voordelig is voor mensen die binnen werken. Bovendien hebben de werknemers zo visueel contact met de buitenwereld. Toch legt EN 12464 geen minimum eisen op. Om dit meer gedetailleerd uit te werken, verwijst deze norm naar andere normen: EN14501 en EN17037.

Behoudfactor

Anderzijds dient men rekening te houden met de behoudfactor. De lichtopbrengst van lampen en armaturen verminderen immers met de tijd, maar desondanks moeten ze een minimum verlichtingssterkte realiseren. Om dit meer concreet te maken wordt verwezen naar de ISO TS 22012. Deze is ook meer geschikt voor LED armaturen die ook een langere levensduur hebben.

Voor elke verlichtingsinstallatie moet men een onderhoudsschema opstellen met vervangingsintervallen van de lichtbronnen en de reinigingstermijnen van armaturen en de ruimte. De opgegeven minimale verlichtingssterktes gaan uit van een goed onderhoud en dienen in alle omstandigheden gehaald te worden.

De minimale verlichtingssterkte op kantoor is 500 Lux. Met een goed vervang- en onderhoudsschema van lampen, armatuur en omgeving is de behoudfactor 0,85. De verlichting in een kantoor zal in dat geval dus op het begin 588 Lux moeten opleveren om steeds aan de minimale waarde van 500 Lux te voldoen.

Cilindrische verlichting en modelling

De cilindrische verlichtingssterkte is de verlichtingssterkte vanuit de vier richtingen, 360° rondom. Deze parameter verzekert een goede herkenning van objecten en gezichten. De minimumwaarde per type activiteiten zijn nu ook opgenomen in de tabellen. Voor zittende taken geldt deze waarde op een hoogte van 1m20, bij voornamelijk staand werken is de referentiehoogte 1m60.

Op kantoor is visuele communicatie belangrijk. Een goede herkenning van mensen en hun non-verbale signalen, vraagt een minimale cilindrische verlichtingssterkte van 150 Lux. De minimale waarde is in alle omstandigheden meer dan 50 Lux met een uniformiteit van meer dan 0,1.

Modelling drukt de verhouding uit tussen deze cilindrisch en de rechtstreekse verlichting. De ratio bevindt zich best tussen 0.3 en 0.6.

Flikker

De EN12464 introduceert ook twee nieuwe parameters voor flikker. Ze geven nog geen nieuwe limieten, maar poneren wel de maten: Short term flicker indicator en de Stroboscopic effect visibility measure (SVM)

Toepassingen

De meerwaarde van de norm ligt in de bijlage waar men  belangrijkste parameters kan aflezen in functie van de taak. Enkele voorbeelden uit EN 12464:

NBN EN 12464-1 toepassingen

Omgeving: verlichtinggeluidthermisch comfortluchtvochtigheidtrillingen
Normen: EN1335EN527EN1729EN12464EN1005EN14404
Normen: ISO11228ISO7730ISO11226