De Europese norm EN1335 (2020) beschrijft de afmetingen van bureaustoelen. Het voorvoegsel NBN betekent dat de norm is omgezet in een Belgische norm zoals elke lidstaat dat identiek doet. Een ergonomische bureaustoel is ruim verstelbaar zodat de grote en kleine medewerker er in een goede houding op kunnen zitten.
Bureaustoel Ax
Nieuw is dat een zeer ruim verstelbare bureaustoel wordt beschreven waarop de grote en kleine Europeaan goed kan zitten. Mensen en landen kunnen immers sterk variëren op vlak van lichaamsafmetingen. Deze bureaustoel type Ax kan als basis dienen voor een ergonomische bureaustoel.
De oude versie van de norm in 2000 beschreef drie types bureaustoelen: type A, type B en type C. Deze verschillen in mate van verstelbaarheid. Voor ergonomie was enkel type A interessant. Toch kregen de beschreven afmetingen kritiek omdat de verstelbaarheden niet altijd ruim genoeg waren. Een grote Nederlander en kleine Italiaan in één norm verzoenen, is niet evident. Daar komt nu dus verandering in met een vierde type, Ax.
EN1335 doorgelicht
De EN1335 type Ax is een goed criterium om van een ergonomisch verantwoorde bureaustoel te kunnen spreken. Met zijn ruime verstelbaarheid komt deze bureaustoel duidelijk in de buurt van de NPR 1813 (Nederlandse praktijkrichtlijn). Dit is de meest verstelbare bureaustoel om ook tegemoet te komen aan de grote Nederlanders.
In de onderstaande tabel vind je de afmetingen van de types bureaustoelen uit de EN1335. Type A is daarbij degelijk verstelbaar, maar te beperkt om tegemoet te komen aan grote en kleine medewerkers. Type B is geen ergonomische bureaustoel omdat de norm hier een vaste zitdiepte, hoogte van de lage rug en armsteunen toelaat. Deze kunnen dus niet-verstelbaar zijn.
| EN 1335 type Ax | EN 1335 type A | EN 1335 type B | |
|---|---|---|---|
| ZITTING | |||
| Zithoogte | 40 – 54cm range >16cm | 40 – 52cm range >13cm | 42 – 51cm range >10cm |
| Zitdiepte, verstelbaar | 38 – 43cm range >7cm | 42,5 – 45cm range >7cm | 42,5 – 45cm range >5cm |
| Zitdiepte, vast | / | / | 42,5 – 48,5cm |
| Zitbreedte | min. 40cm | min. 40cm | min. 40cm |
| Inclinatie | min. 0° range >5° vw/aw | min. 0° range >5° vw/aw | min. -2° range >5° vw/aw |
| Zittingdiepte | min. 38cm | min. 38cm | min. 38cm |
| RUGLEUNING | |||
| Hoogte | min. 36cm | min. 36cm | min. 36cm |
| Breedte | min. 36cm | min. 36cm | min. 36cm |
| Lage rugsteun, verstelb. | 17 – 30cm | 17 – 30cm | 17 – 30cm |
| Lage rugsteun, vast | / | / | 17 – 30cm |
| Inclinatie | min. 90° range >15° aw | min. 90° range >15° aw | min. 90° range >15° aw |
| ARMSTEUNEN | |||
| Hoogte, verstelb. | 20 – 29cm range >10cm | 20 – 29cm range >10cm | 22,5 – 25cm |
| Hoogte vast | / | / | 22,5 – 27,5cm |
| Breedte | min. 5cm | min. 5cm | |
| Tussenafstand, verstelb. | 41 – 51cm | 41 – 51cm | 46 – 51cm |
| Tussenafstand, vast | / | / | 46 – 51cm |
| Lengte | min. 15cm | min. 15cm | |
| Afstand tot rug | max. 20cm | min. 30cm | max. 35cm |
Optimalisaties EN 1335
Bij de aankoop van een bureaustoel kan men als minimum de EN 1335 vooropstellen. Hierbij dient men te specifiëren dat het om type Ax gaat. Deze is niet alleen ruimer verstelbaar, er zijn ook een aantal minpunten van de oude norm weggewerkt.
Herkenbaar voor een ergonoom is dat de hoogte van de bolle vorm aan de rugleuning vaak niet hoog genoeg kan. Dat is bij deze norm opgelost. Hetzelfde geldt voor de armsteunen, die nu bijna voor iedereen hoog genoeg kunnen. Een andere optimalisatie is de zitdiepte. Deze kon vaak niet kort genoeg ingesteld worden. De gevraagde verstelbaarheid in de EN1335 van 2020 is alvast ruimer. Zo kan iedereen goed tegen de rugleuning aanzitten zonder een onaangename druk in de kniekuil.
Zithoogte
Om de zithoogte te bepalen gaat men er vanuit dat alle beeldschermwerkers met de voeten plat op de grond kunnen steunen. De hoogte van het zitvlak wordt vervolgens ingesteld op knieholtehoogte. De EN 1335-1 type Ax schrijft een ruime range van zithoogte voor (40-54cm). Dat komt overeen met knieholtehoogte van de grote en kleine Belgische medewerker. De leverancier kan dit wel oplossen met twee hoogtes van gasveren of een telescopische cilinder. Bij flex werkplekken vormt het wel een extra aandachtspunt dat dit met één gasveer gebeurt.
Een goede zithoogte gaat uit van een verstelbare bureautafel (EN527). Zeker voor gedeelde werkplekken is dit een must. De tafel komt dan op ellebooghoogte in zit. Een voetensteun is normaal niet nodig, enkel voor kleine mensen bij een niet-verstelbare tafel.
Bewegingsmechanisme
Langdurig zitten in dezelfde houding is belastend voor de rug. Afwisseling in houding dient door de stoel gestimuleerd te worden. De bureaustoel is dan een stabiele ondersteuning die beweging toelaat. De EN 1335-1 vermeldt daarom een kantelende zitting en rugleuning.
Op de markt bestaan verschillende types dynamische bureaustoelen. De norm zegt niets over het bewegingsmechanisme op zich. De rugleuning moet 15° naar achter kunnen kantelen. Het zitvlak mag 5° naar voor of achter inclineren. Een actieve werkhouding is immers voorwaarts gericht. Dit laat ook een open heuphoek toe in deze houding, waarbij de hoek tussen romp en bovenbenen groter is dan 90°.
* Normen:
EN1335 bureaustoel – NPR1813 kantoormeubelen – EN527 bureautafel – EN17037 daglicht
EN12464 verlichting – ISO7730 thermisch comfort – ISO22955 akoestiek
NEN1824 kantooroppervlakte – NPR3484 geluidshinder
* Bureaustoel:
Ergonomische bureaustoel – aankoop – norm – bureaustoel instellen – zithouding
