Verschillende hoogtes van schoolmeubilair

EN1729: schoolmeubilair op maat

Verschillende hoogtes in één klas

De Europese norm EN1729 (2016) schrijft verschillende hoogtes van schoolmeubilair voor in functie van de individuele lichaamsafmetingen van de leerling. Binnen eenzelfde klas staan stoelen en banken die verschillend zijn in hoogte omdat ook de lichaamslengte van leerlingen uiteenlopend is. Met elke categorie stemt een bepaalde kleur en nummer overeen.

Om passend meubilair te kiezen is niet zozeer de gestalte maatgevend, maar wel de knieholtehoogte of onderbeenlengte. Op basis hiervan kan de hoogte van de stoel nauwkeurig bepaald worden. Opvallend is wel dat NBN-EN 1729 verschillende zitconcepten toelaat: de zitting mag zowel horizontaal als naar voor of achter gekanteld zijn. Via een formule kunnen de overeenstemmende maten berekend worden.

Klassiek schoolmeubilair met horizontaal zitten. Back Up schoolmeubilair met open heuphoek zitten.

Stoelhoogte

De hoogte van de stoel is gebaseerd op de leerling met de laagste knieholtehoogte binnen een maatgroep. Dit betekent dat in het horizontale zitconcept iedereen lager dan knieholtehoogte komt te zitten, met een sterke buiging in de heupen als gevolg.

Met een hogere opstelling van het meubilair zullen de benen naar beneden hellen. De voorste helft van de zitting is daarom ook naar voor geheld. Zelfs de leerling met de langste onderbenen zal nog steeds met het bekken hoger dan zijn knieën zitten (open heuphoek). Dit verschil is vooral duidelijk tijdens de voorwaarts gerichte lesactiviteiten zoals het schrijven en de gemengde activiteiten zoals het kijken en overschrijven van bord. Bij een open heuphoek is er wel een voetensteun aan de stoel en tafel nodig zodat studenten bij het passief achterwaarts zitten toch steun hebben. Deze hoogte bedraagt best 10 cm, aldus de norm.

Tafelhoogte

Om de hoogte van de schooltafel te bepalen vormt de leerling met de hoogste elleboog-zitvlakhoogte de referentie. Deze hoogte wordt opgeteld bij de eerder vernoemde zithoogte. Iedereen werkt dus op een tafel die hoger is dan zijn ellebogen. Dit wordt subjectief ook als meest comfortabel ervaren.

De focusafstand van de ogen is bij kinderen klein zodat ze een kleine leesafstand wensen. Een hoge tafel helpt daarbij. Op dit vlak is er geen verschil tussen het horizontaal zitten en zitten met een open heuphoek. De EN 1729 schrijft een hellend werkblad voor met een inclinatie tot 20°. Dit is gunstig om de buiging in de nek en in de rug tegen te gaan. Het werk wordt naar de ogen gebracht in plaats van omgekeerd. De schoolboeken worden omwille van dit principe ook best op een pennenzak geplaatst zodat ze nog iets meer rechtop staan.

Discussie

Wetenschappelijk onderzoek bevestigt eerder het concept open heuphoek voor schoolmeubilair. Deze bevindingen zijn vooral gebaseerd op het subjectieve comfort en de zithouding van leerlingen. Hoewel de bewijslast niet groot is, is deze voor het horizontaal zitten nihil en voor het achterwaarts zitten zelfs negatief.

In de norm worden de klassen ingedeeld naar knieholtehoogte (zonder schoenen). De maatgroepen voor lichaamslengte overlappen elkaar. Dit is zo geëvolueerd omdat niet iedereen met dezelfde lichaamslengte ook eenzelfde knieholtehoogte heeft of een gelijke elleboog-zitvlakhoogte. Voor de gewone klasleraar is dit echter verwarrend. Een indeling op basis van knieholtehoogte is bovendien nauwkeuriger.

EN1729 maten schoolmeubilair

De stoelhoogte wordt optimaal gebaseerd op de ongeschoeide knieholtehoogte. De hoogte van de tafel is minder kritisch, maar zal steeds iets hoger zijn dan de ellebogen. Er wordt best geopteerd voor het zitten met een open heuphoek. De hoek tussen romp en bovenbenen blijft zo groter dan 90° wat vooral voordelig is tijdens de voorwaarts gerichte schoolactiviteiten. De bovenstaande tabel geeft de afmetingen wanneer de voorste helft van de zitting 10° afhelt.