Schoenmaten
Schoenen vinden we in alle soorten, kleuren en maten. Binnen
de schoenmaten echter blijken er ook verschillende maatsystemen
te zijn. Voor gewone schoenen worden Franse maten gebruikt,
40,41,42,... De maten van loopschoenen daarentegen worden
veelal uitgedrukt in Engelse maten, 10,11,12, die dan weer
licht verschillen van de Amerikaanse schoenmaten. Om al deze
verwarring te vermijden, kwam het Mondosysteem, dat de voetlengte
in mm uitdrukt. Maar wat is nu wat?

Figuur
uit Frankel VH, Nordin M, Snijders CJ. 1995 Biomechanica van
het skeletsysteem: grondslagen en toepassingen. Lemma, Utrecht.
Franse
schoenmaten
In
het Franse maatsysteem van schoenen wordt er één
maat voorzien per 2/3 cm (0,67 mm). Bij de voetlengte wordt
een lengtetoegift van 1,5 cm geteld om de voet bewegingsruimte
te geven tijdens het stappen. De omzettingsformules zijn dus:
Schoenmaat
= 3/2 x (voetlengte + 1,5 cm)
|
Engelse
en Amerikaanse schoenmaten
Het Engelse maatsysteem voorziet één schoenmaat
per 1/3 inch (0,85 mm). Als lengtetoegift wordt 0,5 inch genomen.
Er is een reeks kindermaten van 1-13 beginnend vanaf 4 inch
(voetlengte + lengtetoegift). Daarop volgt een reeks volwassen
maten vanaf 8inch1/3, ook van 1 tot 13. Het Amerikaanse maatsysteem
ligt steeds een halve maat hoger dan het Engelse.
Schoenmaat
= 3 x [(voetlengte + 0,5inch) - (8inch1/3)] |
Mondopointsysteem
Ten slotte is er ook nog het Japanse systeem, waarbij de schoenmaat
gewoon overeenstemt met de voetlengte in mm. Zo kunnen we
het etiket in een loopschoen verklaren waarop staat: US 12,
UK 111/2, FR 462/3,
JP 300. De Amerikaanse fabrikant heeft de andere maten dus
omgerekend.
Schoenmaat
= voetlengte in mm |
Voetbreedte
Ondanks
de juiste schoenmaat blijkt toch niet elke schoen goed te
passen. Bij het ontwerpen van schoenen gaat men er namelijk
van uit dat mensen met lange voeten ook brede voeten hebben.
De voetbreedte wordt op 40% van de voetlengte gerekend. Toch
is dit verband in praktijk niet zo duidelijk aanwezig, vooral
niet bij oudere mensen. Per lengtemaat zouden meerdere breedtes
beschikbaar moeten zijn. Een andere verklaring dat niet elke
schoen zomaar past, is de vorm van de schoenleest. De grondvorm
van de voet kan ook verschillen over bevolkingsgroepen heen.
Voettypes
Binnen
het gamma van loopschoenen wordt vaak nog een onderscheid
gemaakt per voettype.

Bij
een antipronatieschoen is de binnenkant van
de schoenzool harder en stijver. Bij een normale voetafwikkeling
landt men op de hiel en zakken de voetgewelven door om de
schok op te vangen. Dit gaat gepaard met een naar binnen kantelen
van de voet (pronatie). Mensen met platvoeten of doorgezakte
voetgewelven knikken te veel naar binnen. Schoenen met een
rechte leest en versteviging aan de binnenkant gaan dit tegen.
Pronatieschoenen
gaan een verdere voetafwikkeling juist stimuleren. Deze gebeurt
op de buitenkant van de voet en bij de afzet zal het gewicht
van de buiten- naar de binnenkant verplaatst worden (pronatie).
Mensen met holle voeten of een rigid voetgewelf maken deze
beweging te weinig zodat een gekromde leest dit moet uitlokken.
Een bredere zool onder de hiel, zachte middenzool en dempende
materialen helpen bij de schokdemping.
Neutrale
schoenen zijn voor mensen met een natuurlijk en juist
afwikkelingspatroon. De schoenen worden gekenmerkt door een
halfgekromde leest.
fietsmaat -
maat
kinderfiets - hoogte
keuken
- schoenmaten
- afmetingen
bedden
- bureaustoel
- bureautafel
- transportband
- BH maat
- vlieguigzetel
beenruimte