NBN-EN 12464-1: Werkplekverlichting
binnen
Vanaf 2003 geldt in België een nieuwe Europese norm: NBN-EN 12464-1
(2003) Licht en verlichting - Werkplekverlichting - Deel 1:
Werkplekken binnen. Naast het kwantitatieve aspect van verlichtingssterkte
is er ook aandacht voor de kwalitatieve factoren van licht.
Positief aan deze norm zijn alvast de concrete aanbevelingen.
1.
Verlichtingssterkte
De
minimale verlichtingssterkte geldt voor het taakgebied en
is afhankelijk van de visuele eisen van de taak. Op werkplekken
waar continu gewerkt wordt, is 200 Lux een minimum. Als meerdere
personen een verminderd gezichtsvermogen hebben, moet hier
speciaal rekening mee worden gehouden. De waarden mogen dan
verruimd worden tot de volgende stap:
20
- 30 - 50 - 75 - 150 - 200 - 300 - 500 - 750 - 1000 - 1500
- 2000 - 3000 - 5000 Lux
Het
taakgebied bestaat meestal niet uit het gehele werkgebied.
Op een kantoorwerkplek is het taakgebied het vlak waarin lees-
en schrijftaken worden uitgevoerd. Dit is duidelijk kleiner
dan een hele bureautafel. Binnen het taakgebied moet het licht
gelijkmatig verdeeld zijn. De verhouding tussen de laagste
en gemiddelde verlichtingssterkte moet 0,7 en liefst hoger
zijn.
Het
randgebied is een strook van minstens 50 cm rond het taakgebied.
De verlichtingssterkte mag hier lager zijn met als minimum
de voorgaande stap in Lux-waarden. Schrijven vereist bijvoorbeeld
een verlichtingssterkte van 500 Lux in het taakgebied. In
het randgebied moet dit minimaal 300 Lux zijn. Om de gelijkmatigheid
te verzekeren moet de verhouding tussen de laagste en gemiddelde
verlichtingssterkte 0,5 of hoger zijn in het randgebied en
ruimer.
In
de ruime omgeving mag de verhouding tussen de verlichtingssterkte
in het taakgebied en de laagste waarde in de ruime omgeving
niet hoger zijn dan 5:1.
2.
Verblinding
Verblinding
treedt op wanneer een gebied een grotere helderheid heeft
dan de rest in het gezichtsveld. De zon, ramen of niet-afgeschermde
lichtbronnen in de kijkrichting zijn typsiche voorbeelden.
Helderheidswering of matte armaturen kunnen dit vermijden.
Voor lampen wordt de minimum afschermhoek in onderstaande
tabel uitgedrukt.
| Luminantie
lamp kcd/m2 |
Afschermhoek |
1
- 20 |
10° |
20
- 50 |
15° |
50
- 500 |
20° |
>
500 |
30° |
De
verblindingsgraad, UGR of United Glare Rating, is een goede
indicator voor de lichtkwaliteit. De schaalverdeling loopt
in praktijk van 13 tot 28, hoe lager de waarde hoe minder
de verblinding.
Directe
verblinding kan vermeden worden door:
*
helderheid ruimte vergroten
*
wanden verlichten
Verblinding
door reflectie kan voorkomen worden door:
*
matte wandbekleding
*
grote armaturen
*
lichte plafonds en wanden
*
juiste plaatsing armaturen met lage luminantie
3.
Lichtkleur
Voor
de visuele beleving en het comfort is het van belang dat de
omgeving, de kleuren van voorwerpen en de huid van mensen
op een natuurlijke manier worden weergegeven. Daarom mag de
kleurweergave-index in werkruimtes niet lager zijn dan 80
Ra en in werkruimtes met speciale, hoge eisen niet lager dan
90 Ra.
De
kleurtemperatuur wordt uitgedruk in Kelvin. Hoe hoger de temperatuur,
hoe kouder het licht wordt ervaren. Hoe meer daglicht in de
ruimte valt, hoe lager de kleurtemperatuur wordt gekozen.
Voor beeldschermwerk bedraagt deze waarde best tussen 3000
en 4000 K.
Kleurbeleving |
Kleurtemperatuur
(K) |
Warm |
<
3000 K |
Neutraal |
3000
- 5300 K |
Koud |
>
5300 K |
4.
Daglicht
De
meeste mensen verkiezen contact met de buitenwereld. Grote
contrasten en te hoge temperaturen door de zon moet vermeden
worden door blinden.
5.
Onderhoud
Voor
elke verlichtingsinstallatie moet een onderhoudsschema opgesteld
worden met vervangingsintervallen van de lichtbronnen en de
reinigingstermijnen van armaturen en ruimtes. Dit resulteert
in een onderhoudsfactor die groter dan 0,70 moet zijn..
EN1335
(bureaustoel)
- EN527
(computertafel)
- EN1729
(schoolmeubilair)
- EN
12464
(verlichting)
-
EN1116
(keuken)
- EN
1005 (fysieke belasting) - ISO
11226
(statisch)
- ISO
11228 (manueel lasten)