Schokken aan de kaai bij het lossen van een vrachtwagen.

Richtlijn trillingen en schokken

Bijna 10% van de werknemers is blootgesteld aan trillingen op het werk. In bijna driekwart van de gevallen gaat het over globale lichaamstrillingen. Deze multidisciplinaire richtlijn trillingen uit Nederland vertaalt hieronder zijn bevindingen naar de praktijk.

Hoe trillingen meten volgens ISO2631-1?

Trillingen worden standaard uitgedrukt als versnelling (m/s²). Ze worden gemeten met een accelerometer of een versnellingsmeter en dit volgens drie assen (x, y, z). Omdat het menselijk lichaam gevoeliger is voor trillingen in het horizontale vlak (x- en y-as), worden deze trillingen vermenigvuldigd met factor 1,4 ten opzichte van de verticale trillingen (z-as). Een meting duurt minimum drie minuten en dient voldoende lang te zijn om alle variaties mee te meten.

Hoe lichaamstrillingen interpreteren?

Het resultaat van een trillingsmeting is standaard een soort gemiddelde trillingswaarde over de gemeten tijdsduur. Dit heet de Root Mean Square (RMS) en wordt als aw in m/s² uitgedrukt. De wetgeving is gebaseerd op deze parameter. De hoogste waarde van de drie richtingen wordt gebruikt voor de verdere interpretatie. Dit is in tegenstelling tot de ISO norm die de vectorsom van de drie assen voorstelt. Dit is soms verwarrend wanneer men resultaten wil vergelijken.

De wetgeving geeft limieten voor een dagelijkse blootstelling over 8 uur. Indien de actiewaarde overschreden wordt, zijn maatregelen nodig. De grenswaarde mag niet overschreden worden.

  • Actiewaarde: 0,5 m/s²
  • Grenswaarde: 1,15 m/s²

Hoe schokken of pieken interpreteren?

Voor schokken wordt gekeken naar de VDV waarde, Vibration Dose Value in m/s1,75. Een sterke trilling wordt dan zwaarder aangerekend vergeleken met de RMS methode. De wetgeving doet echter geen uitspraak over schokken, de ISO2631 norm geeft wel volgende limieten:

  • Actiewaarde: 9.1 m/s1,75
  • Grenswaarde: 21 m/s1,75

Een criterium om naar de schokken te kijken, kan de Crest factor zijn. Dit is de verhouding tussen de hoogste en de gemiddelde trillingswaarde. Wanneer deze groter is dan 9, kan dat wijzen op schokken en biedt VDV een betere interpretatie van het gezondheidsrisico.

Een andere maat voor schokken is MTVV waarde, de Maximum Transcient Vibration Factor. Dit is de hoogste trillingswaarde over 1”. Wanneer de MTVV waarde meer dan 1,5x de gemiddelde aw bedraagt,  wijst dit op pieken. Deze ratio is echter minder goed gekend.

Tot slot is er de statische compressie dosis, Sed. Het gemeten trillingssignaal wordt dan omgezet in druk op de wervelkolom. Deze parameter wordt uitgedrukt in mPa. Deze metingen zijn in praktijk veelal nog niet uit te voeren. Het is een theoretische parameter.

  • Actiewaarde 0.5 mPa
  • Grenswaarde 0.8 mPa

Metingen kunnen geïnterpreteerd worden volgens verschillende parameters: aw , VDV en Sed, die in deze volgorde sterker rekening houden met pieken. De interpretatie volgens de verschillende parameters kan echter sterk uiteenlopen. In praktijk wordt geadviseerd om metingen uit te drukken in aw of VDV.

Blootstellingsduur

De actie- en grenswaarden in de wetgeving gelden voor een blootstelling van 8 uur. Naast de intensiteit van de trillingen is de blootstellingsduur een belangrijke parameter. Voor wie dagelijks slechts 4 uur wordt blootgesteld aan trillingen, geldt een hogere intensiteit vooraleer er gezondheidsschade optreedt. Wanneer er meerdere taken met trillingen op een dag gebeuren, dan dienen de trillingswaarden per activiteit gecombineerd. Hiervoor bestaan gebruiksvriendelijke calculators.

Calculator globale lichaamstrillingen (.xls)

Vanaf wanneer gezondheidsschade?

De kans op negatieve gezondheidseffecten ontstaat voor een 8u durende werkdag vanaf 0,45 – 0,9m/s². Voor de pieken is dit een VDV van 8,5 – 17 m/s1,75. De huidige wettelijke grenzen voor trillingsblootstelling liggen dus aan de hoge kant, ze zijn eigenlijk niet zo streng.

Bij de maximale dagelijkse blootstelling van 1,15m/s² is het risico op rugklachten duidelijk verhoogd. Bij een dagelijkse blootstelling beneden de actiewaarde van 0,5m/s² lijkt dit niet het geval. Het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s (FEDRIS) in België hanteert 0,8m/s² als grens. Dit is eigenlijk nog te hoog en zou in ieder geval naar 0,63m/s² moeten worden verlaagd. De scherpe criteria zijn er echter gekomen omdat in België het de meest voorkomende beroepsziekte was.

 

Informatie vezamelen

De wetgeving laat toe om relevante info te verzamelen. Het maken van een subjectieve schatting over de sterkte van de trillingen is niet valide. Informatie van fabrikanten kan 18-66% lager liggen dan de praktijk. Ze meten immers in gestandaardiseerde omstandigheden. Het gebruik van blootstellingsdata uit rapporten, publicaties en databases wordt alleen aangeraden als voertuig, omstandigheden en chauffeurs van de metingen goed zijn beschreven en overeenkomen met die van het doel.

Voorbeelden van enkele databases zijn:
www.vibration.db.umu.se/Default.aspx?lang=en
www.las-bb.de/karla
www.portaleagentifisci.it/index.php?lg=EN

Veel vergelijkingsmateriaal voldoet echter niet. Bij langere blootstelling aan trillingen, meer dan één uur per werkdag, zijn metingen aangewezen.

Beïnvloedende factoren

Wanneer men metingen uitvoert, dient men de machines, omstandigheden en personen goed te omschrijven. Dit is achteraf belangrijk om resultaten te kunnen vergelijken. De ondergrond, rijsnelheid en technische aspecten van het voertuig (type demping assen) hebben vooral invloed op de trillingsmetingen.

Bron: Multidisciplinaire richtlijn trillingen (NL)