KIM voor gevorderden

KIM

Twee Duitse grondleggers van de KIM methodes waren te gast om meer uitleg te geven over de ontwikkeling, validiteit en toepassing van de tools. De Key Indicator Method beoordeelt op één A4 verschillende risicofactoren van het manueel hanteren van lasten. Deze leiden tot een risicoscore op een vaste schaal van 0 tot 50 en meer. Het doel om dit snel en eenvoudig te kunnen doen zonder veel voorkennis van ergonomie is zeker gerealiseerd.

KIM tillen, houden en dragen
KIM trekken en duwen
KIM manuele handelingen (repetitief lichte lasten)

KIM gevorderd

In Vlaanderen wordt de KIM methode vaak toegepast, ook door de ergonomen zelf en voor complexere vragen. Voor de regelmatige gebruikers werden de grenzen en mogelijkheden van de KIM methodes toegelicht.

Tijdscategorieën

De tijdsfactor is steeds een belangrijke factor. De KIM tool volgt immers een dosismodel waarbij de belasting steeds vermenigvuldigd wordt met de frequentie of tijd. Bij het tillen, houden en dragen moet in de eerste stap een keuze gemaakt worden waarover dat het gaat. Tillen zijn korte acties (<5s), houden duurt langer (>5s) en dragen gaat over verdere afstanden (>5m). Wanneer men een autoband opneemt en 20m verder weglegt, dan valt dit onder dragen. Verplaatst men de autoband met een trolley, dan blijft enkel het tillen over. Omdat het tillen op zich meer belastend kan zijn dan het dragen, worden in de eerste stap best alle kolommen ingevuld en rekent men verder met de hoogste score. Dat maakt bij de houding ook duidelijker op welke actie het accent komt te liggen.

Interpoleren mag

Elke tijdscategorie komt overeen met een aantal risicopunten. Om snel en eenvoudig te kunnen screenen, wordt er gewerkt met ruime categorieën: bijvoorbeeld van 40 tot 200 keer tillen op een dag. Wie de KIM methode diepgaander gebruikt, stelt vast dat het aantal handelingen verminderen van 100 naar 50 keer per dag door taakrotatie geen effect heeft op de risicoscore. Dat stelt de vraag naar interpoleren.

Interpoleren is zeker toegelaten. Voor het gebruiksgemak zijn een aantal puntenscores voorgerekend, maar de tussenliggende waarden mogen ook gebruikt worden. Om dit rekenkundig wat te vergemakkelijken, zijn de interactieve formulieren ontwikkeld. Men kan een voorgerekende waarde aanvinken. Door op het titelvakje van de kolom met punten te klikken echter, kan je een zelf gekozen waarde invullen. Zo is interpolatie mogelijk op een eenvoudige manier. Het aantal tilhandelingen boven de 1000 keer per dag, kan zo ook beoordeeld worden:

KIM tillen interactief (.pdf)
KIM trekken en duwen interactief (.pdf)

Nog een stap verder is een Excell-blad waarop je het exact aantal tilhandelingen of aantal kg invult en de overeenstemmende puntenscore automatisch berekend wordt. De onderbouwing achter de puntenscores is immers een wiskundige formule. Dit interactieve Excell-blad is in ontwikkeling voor 2017 met ook een verfijning van de houdingen. De KIM evolueert van screening naar analyse, waarbij de basis steeds behouden zal blijven. Voorgerekende scores met de formules zijn te vinden in onderstaand document:

KIM interpolatie

Maximum gewicht: 40 kg

Bij het toekennen van een puntenscore voor gewicht tijdens het tillen, houden en dragen wordt een onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Daarbij is een soort bovengrens ingevoerd. Daarboven telt men 25 punten, wat meteen een verhoogd risico betekent. Voor mannen geldt dan als “maximum” gewicht 40 kg, voor vrouwen is dat 25 kg. Het gangbare maximum dat in Vlaanderen gehanteerd wordt is 25 kg. Dit wordt in internationale normen (ISO 11228-1 en EN1005-2) gehanteerd als startgewicht voor de algemene werkpopulatie om vervolgens de NIOSH methode toe te passen.

De ontwikkeling van de KIM methodes is echter reeds bezig van de jaren ’90. Dat was een andere tijdsgeest: zakken cement waren toen standaard 50kg, verschillende internationale methodes hanteerden 32 kg (ACGIH) of 41 kg (Washington State) als maximum, nationale richtlijnen varieerden sterk van 25 tot 100 kg. Ook vandaag wordt voor de NIOSH vaak een Lift Index pas van boven de 2 (=max 46 kg) als onaanvaardbaar beschouwd bij bestaande werkposten , en de internationale normen van hierboven laten 40 kg toe voor specifieke beroepen.

Deze achtergronden verklaren waarom bij de eerste KIM tool beslist werd om 40 kg als bovengrens te nemen voor mannen. Bij de nieuwe editie van 2017 zal dit zeker opnieuw overwogen worden. In de Scandinavische landen gebruikt men bvb enkel de kolom van de vrouwen voor het toekennen van de gewichtsscore. Zo heeft men een bovengrens van maximaal 25 kg. Ook de ontwerpfase van een werkpost is het raadzaam de vrouwen als referentie te nemen zodat zoveel mogelijk mensen het werk op een aanvaardbare manier kunnen uitvoeren zonder discriminatie. Bij bestaande werkposten is er soms wel een natuurlijke selectie en zijn er taken die (bijna) uitsluitend door mannen gebeuren.

Combineren van taken en risico’s is mogelijk

Jobrotatie is een efficiënte maatregel om de belasting over de dag en over de lichaamsdelen te verspreiden. Dat kan echter betekenen dat men op een dag twee verschillende tiltaken uitvoert. Elk afzonderlijk zijn deze bvb aanvaardbaar omwille van de beperkte duur, maar de combinatie kan toch een verhoogde belasting voor de rug inhouden. Meerdere taken samenstellen, kan door door de frequenties op te tellen en een tijdsgewogen gemiddelde van gewicht, houding en omstandigheden te nemen. Voorlopig is een Excell-blad in ontwikkeling waar zo tot vier taken gecombineerd kunnen worden.

Met dezelfde filosofie kan men een globaal beeld van rugbelasting op dagbasis krijgen door ook het tillen te combineren met trekken en duwen. De frequentiecategorieën zijn immers gelijk en kan men optellen. Voor de belastingen (som van de risicofactoren) kan het tijdsgewogen gemiddelde gerekend worden. Deze gedachte moet echter nog verder uitgeprobeerd en onderzocht worden. Het is slechts een denkpiste om ver te ontwikkelen en valideren.

Minder veerkrachtige medewerker

De risicoscore in de KIM tools wordt uitgedrukt op een vaste schaal van 0 tot +50:
> 50 pt: fysieke overbelasting waarschijnlijk, aanpassingen nodig
> 25 pt: fysieke overbelasting mogelijk voor gemiddelde werknemer, aandacht nodig
< 25 pt: overbelasting weinig waarschijnlijk tenzij minder veerkrachtige mensen

Minder veerkrachtige mensen staan voor de moment gedefinieerd op basis van leeftijd. De vraag stelt zich of dat een juist of het enige criterium is. Het gaat over leeftijd, geslacht, lichaamsbouw, fysieke conditie, ervaring, voorgeschiedenis lichamelijke klachten, enz… Zo komt men tot een individuele benadering van het risico. Doel van de KIM methode is echter om een uitspraak toe doen over de fysieke belasting van de werkpost voor de algemene werkpopulatie. Dat staat los van wie het werk op die moment doet.

De wetgeving vraagt echter ook een risicoanalyse op individueel niveau en beschrijft een aantal minder belastbare groepen zoals jongeren, zwangeren, ouderen, enz… Dat zijn aandachtspunten voor de arbeidsgeneesheer die het individu bekijkt. Het lijkt ook een evolutie dat steeds meer mensen niet (meer) beantwoorden aan de definitie van “algemene werkpopulatie” of die niet over een “gemiddelde” fysieke conditie beschikken. De individuele benadering zal in de toekomst zeker meer een rol gaan spelen met de toenemende aandacht voor de gezondheid van het individu en reïntegratie. Het moet echter een en-en verhaal worden: en ergonomie van de werkplek en gezondheid van het individu. Dat zijn twee strategieën met twee specialisten.

Validiteit van de KIM tools

De validiteit van de KIM manuele handelingen is goed beschreven. Naarmate men een hogere risicoscore heeft, is het risico op overbelasting aan de bovenste ledematen ook hoger. De referentiegroep zijn beeldschermwerkers. Wanneer men een repetitieve taak uitvoert met een risicoscore van +50 punten, dan zal de kans op het ontwikkelen van overbelastingsklachten aan de bovenste ledematen 3 tot 4 keer hoger liggen. Deze stijgende lijn is duidelijk zichtbaar vanaf een risicoscore boven de 25 punten. De criterium validiteit is in orde.

Naar analogie met de OCRA methode zou men een formule kunnen opstellen, waarmee het te verwachten % ziekteverzuim kan voorspeld worden. De vergelijking met de OCRA methode is echter niet gebeurd omdat men niet alle vereiste data daarvoor verzameld had. Over het algemeen kwam een hoge risicoscore op de KIM tool wel overeen met een hoge score op andere analysemethodes (convergentie validiteit met HAL, SI, HARM en ART).

Voor de KIM tillen, houden en dragen was de validiteit niet zo duidelijk aan te tonen. In de gele zone met een risicoscore tussen 25 en 40 punten, werden vier uiteenlopende taken geselecteerd. Deze mathematische risicoscore komt goed overeen met hoe de werknemers subjectief het werk inschatten. Wanneer er echter een vergelijking gemaakt wordt met de lichamelijke klachten tijdens de voorbije twaalf maanden (Nordic Questionnaire), dan bleek er geen verband. Bij de zwaardere taken, werden zelfs minder rugklachten teruggevonden. Een verklaring hiervoor zou het “healthy worker effect” kunnen zijn, het zijn enkel de sterkeren die de zware taken kunnen volhouden. De mensen met een zwakke rug kunnen het zware werk niet aan en die klachten vind je dus ook niet terug in de klachtenanalyse.

De achtergrond van de puntenscores voor de tilfrequentie en het gewicht is het Mainz Dosis Dortmuner model, dat door de verzekeringsgeneeskunde in Duitsland gebruikt wordt (in België ook door het Fonds van Beroepsziekten). Dit dosismodel berekent een drukbelasting op de tussenwervelschijven in de lage rug. Voor hun validiteitsstudie krijgen de onderzoekers van KIM echter enkel toegang tot de gegevens van bedrijven of werkposten met een risicoscore tot 40 punten. Reden was om de privacy van de bedrijven met fysiek te zwaar werk te respecteren… Dat maakt het aantonen van de validiteit een stuk moeilijker.

Een andere verklaring waarom een hoge KIM score niet noodzakelijk leidt tot meer uitval door rugklachten, is dat de oorzaak van lage rugpijn zeer multifactorieel is. Het is steeds een combinatie van verschillende risicofactoren (ook psychosociaal, gezondheid, enz…), maar de combinaties of de factoren zijn ook vaak verschillend. De fysieke belasting tijdens het werk is slechts een druppel of een glas water in de emmer van rugpijn. Daarom hoeft de emmer niet altijd over te lopen…

Krachten bij trekken en duwen

De vereiste duw- of trekkracht wordt bepaald door een reeks factoren: gewicht, wielen/type kar, snelheid/nauwkeurigheid en richting van de krachtuitoefening (houding). In de KIM methode voor trekken en duwen leveren deze risicofactoren de totale belasting op, die dan vermenigvuldigd wordt met de tijd. Er is bewust gekozen om niet te werken met de actiekrachten. Voor het tillen zijn deze redelijk stabiel omdat het een quasi-statische activiteit is. Bij het trekken en duwen is de variatie van de actiekrachten te groot, de hoogste waarde kan makkelijk vijf keer hoger zijn dan de laagste waarde. Een gemiddelde actiekracht zou dan geen goede referentie zijn om de rugbelasting ten gevolgde van trekken en duwen te bepalen. Dit werd geïllustreerd met videobeelden simultaan met de gemeten actiekrachten.

In de ISO 11228-2 norm vertrekt men wel van de gemeten trek- en duwkrachten met een dynamometer. Voor de startkrachten houdt men de maximum gemeten kracht over die men dan bijvoorbeeld vergelijkt met de referentiewaarden uit de Snook tabellen. Het starten van een kar is nog redelijk statisch en doenbaar. De rijdende duwkrachten echter kunnen sterk schommelen, waardoor men in de KIM methode voor de huidige aanpak heeft gekozen.

KIM Maximale krachten ?

Naar analogie met de discussie over de bovengrens van het toelaatbare gewicht, zijn er bij het trekken en duwen ook “maxima” die kunnen overschreden worden. Voor het gewicht heeft men dit opgevangen door in functie van het type kar grijze vakjes te maken. Een kruiwagen die samen met zijn last meer dan 100 kg weegt, levert mogelijks stabiliteitsproblemen op. Het vakje kleurt grijs en duidt erop dat men hiervoor aandacht moet hebben. Toch kan de totale risicoscore nog steeds aanvaardbaar uitkomen mits een lage frequentie. Hetzelfde geldt voor een helling van meer dan 5° terwijl het gevoel van de ergonoom zegt dat dit niet acceptabel is.

Het invoeren van grijze vakjes zou een optie zijn om grenswaarden aan te geven. Langs de andere kant is de boodschap die men wil geven dat een overschrijding van deze waarden niet gewenst is. Een optie is om meteen 25 risicopunten toe te kennen, zoals men dat bij het maximale tilgewicht doet. Een andere gedachte is een speciale KIM tool te ontwikkelen voor hoge of maximale krachten die slechts aan een lage frequentie voorkomen. Dat is echter nog work in progress…

Het verhaal van de KIM tools is nog niet ten einde. Doelstelling is om 80% van alle mogelijke taken te kunnen beoordelen met de KIM methodes. In 2017 zullen de nieuwe versies van de methodes verschijnen om de huidige knelpunten weg te nemen of een meer gedetailleerde analyse toe te laten voor de experts.