Snook tabellen
De Snook tabellen verschenen
voor het eerst in 1978 na jarenlang onderzoek aan het Liberty
Mutual Research Centre. Ze geven grenswaarden voor het heffen,
neerzetten, trekken, duwen en dragen van lasten gebaseerd
op psychofysische metingen. In 1991 publiceerden Snook en
Ciriello een nieuwe versie, waarbij ook rekening gehouden
wordt met fysiologische gegevens (hartfrequentie en zuurstofopname).
De cardiovasculaire belasting bij de grenswaarden is gelijk
voor mannen en vrouwen, hoewel de absolute gewichten uiteraard
verschillen.

Op
bovenstaande figuur is een stukje van de Snook
tabellen voor het duwen van lasten bij mannen
weergegeven. Er wordt rekening gehouden met volgende factoren:
*
Hoogte - waarop kracht wordt uitgeoefend (144, 95 en 64)
*
Afstand - waarover wordt geduwd (2,1m in dit geval)
*
Frequentie - uitgedrukt als om de hoeveel tijd de duwtaak
moet uitgevoerd worden
*
Percentage van mensen - die initiële duwkracht aanvaardbaar
vinden.
Een
duwkar met een horizontale duwbaar op heuphoogte (95 cm) moet
door een operator (man) elke vijf minuten over een afstand
van twee meter naar de productielijn geduwd worden. In de
tabel kan dan afgelezen worden dat 90% van de mannelijke werkbevolking
een duwkracht van 28 kg aanvaardbaar vindt om de kar in beweging
te krijgen. Deze kan gemeten worden met een dynamometer. Omdat
de grenswaarde bij trekken en duwen afhankelijk is van het
samenspel tussen last, wielen, ondergrond, onderhoud, enz...
kan geen bepaald gewicht vooropgesteld worden. Daarom moeten
dus de duwkrachten zelf gemeten worden met een dynamometer.
Voor
verschillende situaties van manueel hanteren van lasten zijn
dergelijke tabellen samengebracht voor mannen en vrouwen apart:
*
Heffen en neerzetten: gewicht in kg
*
Duwen en trekken: initiële en rijdende handkrachten
*
Dragen: gewicht in kg
Vaak
gebeurt er een combinatie van taken, bijvoorbeeld duwen en
dragen. Het is dan aanbevolen om de frequenties op te tellen
en de strengste grenswaarde van de twee taken als criterium
te gebruiken.
De
psychofysische metingen gebeuren in een gecontroleerde labosituaties.
Aan een proefpersoon wordt bijvoorbeeld gevraagd om een doos
op te heffen van de ene tot de andere hoogte. Dezelfde taak
wordt herhaald met telkens een verschillend gewicht, beginnend
met extreem hoog of laag. Wanneer het gewicht stap per stap
lichter of zwaarder wordt, zal op een bepaald moment een optimum
bereikt worden voor de proefpersoon. Deze is het uitgangspunt
van de Snook tabellen. In de nieuwe versie werden ook fysiologische
metingen uitgevoerd. Wanneer de psychofysische waarden de
fysiologische grens van 33% VO2max voor 8 uur werken overschrijden,
wordt de grenswaarde in cursief weergegeven.
Referentie: Snook SH, Ciriello
VM. 1991 The design of manual handling tasks: revised tables
of maximum acceptable weights and forces. Ergonomics 34 (9).
Overzicht
- 3D
SSPP
- Accelerometer
- EMG
- Hartslag
- HARM
- KIM - MAC
-
Mainz
Dortmunder Dosismodel - multiNIOSH
- NIOSH
- OCRA
- OWAS
- RULA
- QEC
- Snook -
Strain Index