Ploegenarbeid en nachtarbeid

Ploegenarbeid en nachtarbeid

Ploegenarbeid en nachtarbeid kunnen nadelige effecten hebben op de gezondheid van de medewerkers. Daarom ontwikkelde het instituut voor arbeidsgeneeskunde in Finland een stoplichtmodel rond werkuren. Hiermee kan men een risicoanalyse ploegenarbeid en nachtarbeid uitvoeren. Een ergonomische planning van werkuren vermijdt overbelasting en arbeidsongevallen, stimuleert het herstel en maakt langere loopbanen mogelijk.

Stoplichtmodel ploegenarbeid en nachtarbeid

Het stoplichtmodel meet de belasting van werkuren en geeft aanbevelingen voor een ergonomische planning van de werkuren. De risicofactoren gerelateerd aan ploegenarbeid en nachtarbeid zijn:

– Werktijden en overuren
– Aantal en opeenvolging van shiften
– Dagelijkse en wekelijkse hersteltijd
– Afstemming werk-privé balans
– Regelmogelijkheden werkuren
– Voorspelbaarheid werkuren

Ploegenarbeid en nachtarbeid

De belasting wordt uitgedrukt in een stoplichtmodel:

GroenAanvaardbare belasting
GeelVerhoogde belasting
OranjeOverbelasting
RoodOverbelasting die gecorrigeerd moet worden

Gebruik van stoplichtmodel

De niveaus van belasting in het stoplichtmodel worden bepaald door individuele factoren over een periode van drie of vier weken. Het is de continue herhaling van een risicofactor die leidt tot overbelasting of niet. De totale werkbelasting van een medewerker is een gecombineerd effect van de verschillende risicofactoren.

1. Duur werktijd

Lange werkuren maken het moeilijk om werk en privé goed op elkaar af te stemmen en verhogen zo de gezondheidsrisico’s. De werkduur tussen twee rustdagen zou gemiddeld maximaal 40 uren mogen zijn. Werkweken van meer dan 48 uren moet men vermijden.

Een veilige grens voor de lengte van een shift is maximaal 9 uur. Langere shifts verhogen de vermoeidheid en het risico op ziekteverzuim en arbeidsongevallen. Een shift van minder dan vier uur vermindert dan weer de betrokkenheid met het werk.

Best zijn er drie tot vijf opeenvolgende werkdagen. Bij meer opeenvolgende dagen kan de belasting zich immers opstapelen en vermoeidheid doen toenemen. Herhaalde individuele werkdagen verminderen ook de betrokkenheid met het werk.

2. Timing werkuren

Vroege ochtenshifts, die starten voor 6 uur, verkorten de slaapduur en doen vermoeidheid op het werk toenemen. Een shift start daarom best niet voor 6 uur of men probeert dat maximaal te beperken. Opeenvolgende avondshifts maken het dan weer moeilijker om het werk te combineren met een sociaal leven.

Nachtshifts zouden zo weinig mogelijk moeten voorkomen, met een maximum van drie opeenvolgende nachten. Frequent nachtwerk kan immers het waak-slaap ritme verstoren en verschillende veiligheids- en gezondheidsrisico’s doen toenemen. Bij zwangere vrouwen verhogen meerdere nachtshifts het risico op een miskraam. Tijdens zwangerschap zou er maximum één nacht per week mogen gepland worden.

3. Herstel

Tussen twee shifts moeten er minstens 11 vrije uren zitten. Kortere intervallen verminderen de mogelijkheden om te herstellen en verhogen het risico op ziekteverzuim en arbeidsongevallen. Op weekbasis zou er minstens 35 uur ononderbroken vrije tijd moeten zijn. Bij voorkeur zijn er twee vrije weekends per maand.

Na de laatste nachtshift zou er minstens 48 uur herstel moeten zijn. Het duurt immers twee dagen om te herstellen van nachtwerk. Een herstelperiode van minder dan 28 uur houdt ook verhoogde gezondheidsrisico’s in voor zwangere vrouwen.

4. Werk-privé balans

Er zou minstens één vrij weekend per maand moeten zijn. Een vrij weekend zorgt voor een betere afstemming van het werk met de rest van het leven. Het laat ook toe om te deconnecteren van het werk.

De werkdagen zouden moeten bestaan uit een ononderbroken werkperiode. Gesplitste werkdagen doen immers mensen afhaken. Ook op weekbasis dient men individuele of losstaande vrije dagen te vermijden. Ze verminderen namelijk de betrokkenheid op het werk.

5. Regelmogelijkheden

De medewerker zou de mogelijkheid moeten hebben om de werktijd en vrije tijd te beïnvloeden. Dat kan door voorkeuren en wensen door te geven, waarbij men dan rekening kan houden bij het opmaken van de planning. Daarbij mag natuurlijk de belasting uiteraard niet toenemen. Bij regelmogelijkheden kan men werk en privé beter op elkaar afstemmen en zal het risico op ziekteverzuim verminderen.

6. Voorspelbaarheid

De planning zou best een maand op voorhand gekend zijn zodat men werk en privé goed op elkaar kan afstemmen. De publicatie van de definitieve planning zou dan minstens één week op voorhand moeten gebeuren.

Planning

Het stoplichtmodel geeft een opsomming van risicofactoren waarmee men rekening dient te houden met het opmaken van een werkplanning. Toch is het niet evident om een planning op te maken zonder enige overbelasting. Op basis van onderzoek zijn de volgende drie risicofactoren het meest doorslaggevend:

– Aantal dagen nachtwerk
– Vrije tijd tussen twee opeenvolgende shifts
– Duur werktijd tussen twee vrije dagen

Bij het beoordelen van de werkduur moet men ook kijken naar andere ergonomische risico’s zoals de fysieke belasting en de thermische omgevingsfactoren. Langer werken op een dag betekent vaak ook meer tillen op een dag of langer in de koude werken.

Continu nachtwerk

Bij continu nachtwerk kan het groot aantal nachten makkelijk voor overbelasting zorgen. Omdat er echter grote individuele verschillen zijn in het aanpassen aan shiftwerk en nachtwerk, kan continu nachtwerk toegelaten worden onder voorwaarden: het dient steeds op vrijwillige basis te zijn en er mogen geen gezondheidsproblemen of slaapproblemen zijn.

Oudere medewerker

Boven de 40-50 jaar vermindert de slaapkwaliteit en vervroegt het waak-slaapritme. Daarom zal het herstel bij nachtwerk ook minder goed worden. Ouder worden is bovendien gerelateerd aan het toenemen van chronische aandoeningen. Daarom gelden volgende aanbevelingen boven de 50 jaar:

– Verminder nachtwerk
– Indien noodzakelijk, dan kortere shifts of minder werkuren
– Vermijd korte intervallen tussen shifts

Zwangere medewerker

Nachtwerk is bij zwangere vrouwen gerelateerd aan miskramen en laattijdige geboorte. De richtlijn is dan ook maximum één nacht per week te plannen. Na de nacht moet er voldoende herstel zijn. In België kan de laatste 8 weken van de zwangerschap nachtwerk niet verplicht worden. Met een medisch getuigschrift kan de medewerker ook de rest van de zwangerschap het nachtwerk weigeren. De werkgever dient dan dagwerk te voorzien.

* Organisatie
ploegenarbeid en nachtarbeidnieuwe werken organisatie ergonomie