Levitate exoskeleton

FAQ – Exoskeletons

Testen met een exoskeleton zijn volop aan de gang in Belgische bedrijven. Daarbij keren vaak dezelfde vragen terug over de ergonomie van exoskelets…

  1. Vermindert een passief exoskelet effectief de belasting op de rug?

Onderzoek toont aan dat de rugspieren 10 tot 40% minder hard moeten werken tijdens dynamisch tillen of statische houdingen. De meest positieve resultaten worden gevonden in labosituaties en voor statische houdigen. In de praktijkonderzoeken op het werkveld zit de verbetering rond de 10 à 15%. Ook in Belgische studies bij order picking en plaatbewerking situeerde de winst zich in deze grootte-orde. Daarnaast bestaan er ook exoskeletten voor de armen die het werken boven het hoofd mee ondersteunen.

  1. Verschuift de belasting niet naar andere lichaamsregio’s?

Dit aspect wordt echter nog weinig meegenomen in studies rond exoskeletten. De hypothese is dat de totale lichaamsbelasting gelijk blijft. Een exoskelet ondersteunt dus een specifieke lichaamsregio en verdeelt de belasting naar andere lichaamsregio’s. Een eerder onderzoek dat ook de spieractiviteit in de Hamstrings registreerde, stelde vast dat de beenspieren harder gaan werken met een exoskelet. Dit zou men kunnen verklaren door een verschuiving van de belasting, maar ook door een betere tiltechniek.

  1. Verzwakken de rugspieren niet als men lang een exoskelet draagt?

Braces tijdens het werk worden afgeraden omdat de spieren verzwakken. Deze immobiliseren echter een beweging. Een exoskelet doet dat niet. Men blijft de normale bewegingen uitvoeren, deze worden enkel ondersteund. Gezien de verbetering in de praktijksituaties slechts 10% bedraagt, blijven de rugspieren het meeste werk nog steeds zelf doen. Er wordt niet verwacht dat de rugspieren gaan verzwakken.

  1. Zijn er medische contra-indicaties?

Op zich zijn er geen medische contra-indicaties voor een exoskelet. Toch is het ook geen wondermiddel. Mensen die arbeidsongeschikt zijn door een hernia of na een operatie, zijn dat ook met een exoskelet. Bij wie tillen een verhoogde aandacht vraagt omwille van medische situatie (vb. prothese), zal dat eveneens blijven. Implantaten (borst/hart) kunnen wel een contra-indicatie vragen met een extern harnas rond de romp en borst. De banden kunnen ook gaan schuren of de huid irriteren.

  1. Wat zijn de subjectieve bevindingen?

Bij het testen met operatoren is sociale acceptatie een belangrijke voorwaarde. Men dient hiërarchische lijn en alle medewerkers voldoende te informeren over de waarom, wat, wie en wanneer. Dat neemt de weerstand weg tegen de idee van exoskelet. Tijdens de testen zullen ongemakken of mogelijke verbeteringen naar boven komen: warmte, vermoeiend, pasvorm, hygiëne, men wordt breder, drukpunten, schuren,… Deze moet men afwegen tegenover het positieve gevoel van de minder fysieke belasting die ze ervaren.

  1. Wat is het effect van een exoskelet op de risicoanalyse?

Een risicoanalyse kent verschillende niveaus en vormen. De subjectieve inschatting op observatieniveau wordt aangegeven door de gebruikers zelf. Ze kunnen de ondersteuning en ongemakken die ze ervaren het beste aangeven. Op analyseniveau is het effect moeilijker zichtbaar te maken in een rekenmodel. Daarom is het beter de objectieve winst aan te tonen op expertniveau. Dan wordt de houding en activiteit van de spieren effectief gemeten.

  1. Kan men het maximum gewicht verhogen met exoskelet?

In optimale omstandigheden mag een persoon maximaal 25kg tillen. Dat is geen wet, maar een goed aanvaarde norm. In realistische omstandigheden met frequent tillen, zal dat maximum eerder 15kg zijn. Met een exoskelet blijft dit hetzelfde. De insteek om een exoskelet te introduceren, mag niet zijn om de belasting terug te verhogen of om onaanvaardbare situaties acceptabel te maken. Een passief exoskelet dient om de mens te ondersteunen, niet om productiviteit op te drijven.

  1. Is een exoskelet een PBM?

Eerder neen. Het is immers nog niet aangetoond dat exoskeletten beschermen tegen klachten aan het bewegingsapparaat. Vervolgens kan het dus ook geen persoonlijk beschermingsmiddel of PBM zijn. Er is trouwens ook nog geen juridisch kader voor. Anderzijds door het als PBM te beschouwen, wordt de plaats van het exoskelet in de preventiehiërarchie duidelijk. Een exoskeleton kan niet de eerste of enige oplossing zijn. In de eerste plaats dient men het vele tillen proberen te vermijden of verminderen. Daarna komen de collectieve verbeteringen (optimaliseren werkhoogtes) en dan pas de individuele oplossingen.

  1. Kan men effectief 100kg tillen met een exoskelet?

Vandaag experimenteren bedrijven met passieve exoskelets zonder aandrijving. In de media werd reeds gewag gemaakt dat het tillen van 100kg een makkie zou worden. Dat is vandaag niet de realiteit. De ontwikkeling van actieve exoskeletons is volop bezig. Dit zijn robotpakken met aandrijving zoals men in films zoals Ironman ziet. Er zijn nog geen betaalbare commerciële varianten op de markt (39000 euro voor één pak).

  1. Welke exoskeletons zijn er op de markt?

Er zijn drie categorieën van passieve exoskeletten: rug, armen en hybride.  Laevo, German Bionics en BackX ondersteunen specifiek de rug. Skelex, Eksoworks en ShoulderX zijn het meest efficiënt bij het werken boven het hoofd. De hybride vormen ondersteunen rug, armen en/of benen: Exhauss en SuitX. Exoskeletons zijn volop in ontwikkeling. Testen en metingen in praktijk zijn vandaag een realiteit in verschillende Belgische bedrijven.