Onderdelen van een ergonomiebeleid

Ergonomiebeleid

Een ergonomiebeleid heeft als doel om alle medewerkers gezond en efficiënt te laten werken. Het is een gestructureerde aanpak om risico’s te voorkomen, op te sporen en/of op te lossen. Een ergonomiebeleid  bestaat daarom uit drie pijlers:

  1. Ontwerpen en aankoop
  2. Risicoanalyse ergonomie
  3. Instructies

Elke nieuwe werkpost zou moeten beantwoorden aan ontwerprichtlijnen waarin een aantal basisprincipes van de ergonomie zijn opgenomen. Ook bij de aankoop van nieuwe arbeidsmiddelen vormt ergonomie een onderdeel van de bestelprocedure. Bestaande werkposten dienen onderworpen te worden aan een risicoanalyse ergonomie. De verschillende risicofactoren worden geïnventariseerd en geëvalueerd om indien nodig te komen tot preventiemaatregelen. Tot slot is het nog aan de werknemer zelf om het werk correct uit te voeren volgens de minst belastende werkwijze. Daartoe dient specifieke instructie.

Onderdelen ergonomiebeleid

1. Aankoop en ontwerp

Ergonomie komt het meest tot zijn recht bij het ontwerpen van nieuwe werkposten. Elke werkplek zou daarom moeten beantwoorden aan ontwerprichtlijnen waarin de basisprincipes van ergonomie zijn opgenomen. Ook bij de aankoop van nieuwe arbeidsmiddelen of machines vormt ergonomie een wezenlijk onderdeel van de aankoopprocedure. In deze procedure van de drie groene lichten dienen de veiligheids- en gezondheidsvoorschriften afgetoetst te worden bij de bestelling, de levering en de indienststelling ervan. Ook hier kunnen de ontwerprichtlijnen een concrete houvast geven.

  • Ontwerprichtlijnen ergonomie zijn uitgeschreven en gedocumenteerd
  • Opleiding ontwerprichtlijnen ergonomie voor engineering
  • Ergonomie onderdeel in procedure drie groene lichten (bestelling-levering-indienststelling)
  • Gedocumenteerd advies van ergonoom bij elke aankoop van arbeidsmiddelen

2. Risicoanalyse ergonomie

Bij bestaande werkposten brengt een risicoanalyse ergonomie de risico’s in kaart. Dat gebeurt enerzijds structureel elke vijf jaar van alle werkposten in het kader van het globaal preventieplan. Anderzijds zijn er de ad hoc risicoanalyses op vraag van medewerker, hiërachische lijn, CPBW,… of bij een nieuwe/veranderde werkpost. Bedrijven met een gevorderde ergonomiecultuur zullen permanent ergonomische risico’s opsporen en bijsturen.

Bij klachten of ziekteverzuim aan specifieke werkposten gaat men de periodiciteit uiteraard opdrijven. De 10% werkposten/afdelingen met het hoogste ziekteverzuim of lichamelijke klachten krijgen het daaropvolgende jaar meteen een risicoanalyse ergonomie met actieplan.

De risicoanalyses gebeuren best op een gestandaardiseerde manier, wat betreft de gebruikte tools en documentatie. Er is dus steeds een schriftelijk neerslag nodig met enerzijds het advies van de ergonoom en anderzijds de beslissing van de hiërachische lijn. De risicoanalyses ergonomie worden ook steeds voorgesteld op het CPBW waarbij ook de werknemersafvaardiging advies kan geven.

  • Gestandaardiseerde tool
  • Documentatiesysteem met analyses van alle werkposten
  • Ergonomisch advies en genomen preventiemaatregelen
  • Preventieve risico-evaluatie van elke werkpost om de vijf jaar: ergonoom
  • Ad hoc risico-evaluatie op vraag of bij nieuwe/veranderde werkpost
  • Op basis van jaarcijfers ziekteverzuim en fysieke klachten
  • Permanente risicoscreening: door werknemers en hiërarchische lij
  • Op advies van preventiedienst of werkgroep ergonomie

3. Instructie: toolbox/opleiding/poster

De wetgeving rond het manueel hanteren van lasten vraagt om dit risico te voorkomen (ontwerp en aankoop) en te analyseren (risicoanalyse en passende maatregelen). Bovendien dient men naast het informeren van de medewerkers over de risico’s ook de correcte werkmethodes aan te leren en in te oefenen. Opleidingen over de minst belastende werkwijze vormt het sluitstuk van een ergonomiebeleid. Best ligt de inhoud in het verlengde van de ontwerprichtlijnen en risicoanalyses.

  • Alle werknemers
  • Nieuwe werknemers bij het onthaal
  • Blootgestelde werknemers: elke 3 jaar

Actoren ergonomiebeleid

Een ergonomiebeleid gaat verder dan de figuur van een preventieadviseur ergonomie. Zowel medewerkers op het terrein als management dienen doordrongen te zijn van ergonomie. Ergonomie is een bewuste strategie te zijn om kwaliteitsvol om te gaan met zijn medewerkers. De preventiedienst speelt daarin een coördinerende rol.

Actoren in een ergonomiebeleid

1. Werknemers

De medewerkers zijn de specialist van hun werk. Ze zijn goed op de hoogte van de ergonomische risico’s en mogelijke oplossingen. Daarom kennen risicoanalyses ergonomie steeds ook een participatieve fase. Daarin worden de medewerkers betrokken om werkposten te analyseren op vlak van ergonomie. Nieuwe en vaste medewerkers volgen een opleiding ergonomie, waardoor ze meteen in aanraking komen met de ergonomische risico’s. Gezond en efficiënt werken blijft uiteraard een gedeelde verantwoordelijkheid. Het is aan de medewerkers de beschikbare hulpmiddelen en voorgeschreven werkmethodes zo goed mogelijk toe te passen waar mogelijk.

2. Hiërarchische lijn

De hiërarchische lijn is verantwoordelijk voor ergonomie. Na het identificeeren van risico’s en oplossingen, zijn ze de partner voor het opvolgen van de afgesproken maatregelen of het actieplan. Bij ernstige ergonomische risico’s ondernemen ze meteen actie en ze evalueren of de maatregelen geschikt, effectief en duurzaam zijn. De hiërarchische lijn speelt ook een belangrijke rol bij de borging van de werkmethodes. Naast opleiding rond de ergonomische principes, dienen ze ook te leren coachen, motiveren, omgaan met weerstanden…

3. Management

De rol van het management bestaat er in de eerste plaats in een draagvlak te bieden voor het ergonomiebeleid. Ze voorzien de nodige hulpmiddelen om een effectief ergonomie programma te implementeren. Ze zijn veelal de beslissers voor maatregelen en actieplannen. Er is een duidelijk engagement nodig om actie te ondernemen bij verhoogde risico’s. Ze bepalen de doelstellingen die men als bedrijf wil bereiken op vlak van ziekteverzuim, lichamelijke klachten en risicoscores. Ze zijn de garantie dat de hiërarchische lijn de afgesproken acties zal uitvoeren.

4. Aankoopdienst en engineering

De ontwerpers van nieuwe werkposten hebben de sleutel van ergonomie in hun handen. Daarom is een opleiding over de basisprincipes aangewezen. De ergonoom werkt ook ergonomische ontwerprichtlijnen uit, die een gemeenschappelijke taal bieden door het bedrijf. De aankopers spelen een gelijkaardige rol bij het aanschaffen van nieuwe arbeidsmiddelen. Ergonomie haakt zijn wagentje hier aan bij de procedure van drie groene lichten. De aankoper dient de preventieadviseur steeds in de loop te betrekken om deze flow te kunnen opstarten. Bestelling kan pas na een gedocumenteerd advies van preventie.

5. Preventiedienst (met preventieadviseur ergonomie)

De preventieadviseur ergonomie is de centrale persoon in het ergonomiebeleid om de onderdelen te communiceren naar de betrokken actoren. Het documenteren en opvolgen gebeurt door de ergonoom. Voor een ergonomiebeleid van start kan gaan, is het aan de ergonoom om de gestructureerde manier van werken uit te denken en de gestandaardiseerde tools en documenten daarvoor te ontwikkelen. Daarna volgt het uitvoeren van de risicoanalyses ergonomie en het opvolgen van de actieplannen. Een jaarlijkse analyse van het locomotorisch ziekteverzuim en fysieke klachten, sturen de periodiciteit van de risicoanalyses bij.

6. Werkgroep ergonomie

Bedrijven met een gevorderde ergonomiecultuur werken met werkgroep ergonomie of met aanspreekpunten ergonomie. Ze ondersteunen in de implementatie van het ergonomieprogramma. Ze fungeren ook als eerste aanspreekpunt bij ergonomische vragen of knelpunten. Het is belangrijk dat deze mensen intern in het bedrijf zijn om ergonomie te laten leven op de werkvloer. Ze identificeren de werkposten met hoge risico’s en werken mee aan de risicoanalyses ergonomie. Om hen te ondersteunen in hun rol, komen ze regelmatig samen om ervaringen uit te wisselen en te stroomlijnen.

Documenten

Een ergonomiebeleid betekent een gestructureerde of gestandaardiseerde manier van werken. Deze kan ook geauditeerd worden door interne of externe collega’s. Naast gestandaardiseerde tools en documenten is daarvoor ook een documentatiesysteem vereist om alles makkelijk terug te vinden en op te volgen.

De preventieve risicoanalyse ergonomie maakt deel uit van het globaal preventieplan. De voorgestelde preventiemaatregelen worden opgenomen in het jaaractieplan. Zo speelt ergonomie een actieve rol in het dynamisch risicobeheersingssysteem. Alle interventies worden opgevolgd in een document, zodat de realisaties ook zichtbaar zijn.

Een ergonomiebeleid staat ook uitgeschreven op papier. Een risicoanalyse op organisatieniveau is het aftoetsen van alle onderdelen van het beleid. Elke stap wordt gescoord met acties hoe men het ergonomiebeleid kan bijsturen en kan evolueren in een ergonomiecultuur.

Lees ook: