teenslippers

Teenslippers niet slecht voor voeten

Samen met de zon komen ook de teenslippers of flip flops tevoorschijn. Mensen vinden de teenslippers gemakkelijk, comfortabel en ademend in de zomer. Podologen waarschuwen dan weer voor scheenbeenvliesontsteking en hielpijn. Onderzoek geeft echter aan dat het zo’n vaart waarschijnlijk niet loopt. Er is extra spierwerk nodig om de teenslippers aan de voet te houden, maar over het algemeen lijkt het wandelen op teenslippers en blote voeten goed op elkaar [1,2].

Goed schoeisel voor de ontwikkeling van de voeten laat een natuurlijke afwikkeling van de voet toe zoals bij het blootvoets wandelen. Deze visie wordt ondersteund door de vaststelling dat kinderen die zonder schoenen opgroeien sterkere en gezondere voeten hebben met minder vervormingen van de tenen. Het afwikkelpatroon tijdens het dragen van teenslippers werd daarom vergeleken met blootvoets wandelen en lopen.

De natuurlijke voetafwikkeling kan opgedeeld worden in drie fasen: tijdens het hielcontact wordt de schok opgevangen, in de middensteun draait de voet wat terug om tot slot een stabiele afzet of propulsie mogelijk te maken. Het globale patroon tijdens het wandelen op bloten voeten of op teenslippers, isĀ  gelijkaardig. Over de hele standfase bekeken wordt bij de teenslippers de voet meer opgetrokken bij hielcontact en verder afgerold bij de afzet. Al lopend valt ook het naar binnen kantelen van de voet op tijdens het hielcontact.

Teenslippers Wandelen Lopen
Voor landing Dikke teen minder opgetrokken
Hielcontact Enkel meer opgetrokken Enkel meer opgetrokken
Middenvoet meer naar binnen gekanteld
Middensteun Middenvoet meer gebogen
Afzet Middenvoet meer gebogen Middenvoet meer gebogen
Na afzet Dikke teen minder opgetrokken

Het optrekken van de voet bij hielcontact wordt als een compensatiemechanisme gezien om de teenslippers aan de voet te kunnen houden. Dit kan een extra belasting betekenen voor de spier die aan de voorkant van de schenen loopt (m.Tibialis anterior). Deze spier gaat het neerklappen en naar buiten draaien van de voet tegen bij de landing.

Bij de afzet wordt de middenvoet meer gebogen of verder afgerold bij teenslippers, al lopend op begint dit reeds in de middensteun. Op deze manier grijpt de voet de teenslippers. Soms wordt gedacht dat men de tenen moet klauwen of krullen om de teenslippers aan te kunnen houden. Dat wordt niet bevestigd vermits de houding en de druk op de dikke teen tijdens de steunfase niet verschillend is met blootvoets wandelen.

Vlak voor het hielcontact wordt de dikke teen wel minder opgetrokken tijdens het wandelen op flip flops. In voorbereiding op de hiellanding duwt men men de teenslipper tegen de hiel om het volle gewicht te kunnen opvangen. Hierdoor wordt het peesblad onder de voet (plantaris) vroegtijdig aangespannen. Om de stabiliteit van de voet te garanderen, zullen ook de intrinsieke voetspieren mee in actie moeten treden. Verder onderzoek is nodig om uit te maken of dit een versterkend dan wel een overbelastend effect heeft voor de voetspiertjes bij het langdurig dragen van teenslippers.

Na de afzet wordt de dikke teen eveneens minder opgetrokken. Dat betekent dat men zijn voeten of tenen minder gaat heffen met teenslippers aan de voeten. Hierdoor zal men vaker met de tenen ergens tegen botsten of struikelen.

Conclusie: Kinderen en volwassen zonder extreme voetafwijkingen lopen weinig risico op overbelasting door het wandelen met teenslippers gedurende kortere afstanden.

 

[1] Chard ea. 2013 Effect of thong style flip-flops on children’s barefoot walking and jogging kinematics. J. Food Ankle Res 2013, 6: 1-8.

[2] Sharpe ea. 2016 Effect of flipflops on lower limb kinematics during walking: a cross-sectional study using three-dimensional gait analysis. Ir J Med Sci 185 (2): 493-501.