Van
tennisracket tot tenniselleboog: hoe trillingen dempen?
Een goede tennisracket is een individueel evenwicht tussen power, controle
en comfort. De gevorderde speler kiest voor controle, waardoor
hijzelf meer de kracht moet leveren. De beginnende speler
raakt de bal minder precies met een grotere schok en meer
trilling als gevolg. In beide gevallen kan dit aanleiding
geven tot overbelastingsklachten aan pols of elleboog. Ergonomie
tracht vooral de schokken en trillingen bij elk balcontact
aan te pakken.
Handgrip:
gripmaat en materiaal
Frame: materiaal en bladgrootte
Snaren: spanning en trillingsdemper
Tennisbal: standaard geel

Extreme
polsposities in combinatie met hoge krachten, Nadal doet voor.
Handgrip: gripmaat
en materiaal
Een
juiste gripmaat is belangrijk om de spieren
op hun optimale lengte te laten werken. Met een platte grip
(hamergreep) zou er nog juist een wijsvinger ruimte zijn tussen
de vingertoppen en de handpalm. Een te smalle of te brede
grip betekent dat men steeds harder zal knijpen om de tennisracket
vast te houden en niet te laten draaien in de hand. De schok
en trillingen hebben zo bij elk balcontact meer impact op
de voorarmspieren.
Omtrek
in mm |
Gripmaat
Europa |
Gripmaat
USA |
100
- 102 mm |
0 |
4
inch |
103
- 105 mm |
1 |
4"1/8 |
106
- 108 mm |
2 |
4"2/8 |
109
- 111 mm |
3 |
4"3/8 |
112
- 114 mm |
4 |
4"4/8 |
115
- 117 mm |
5 |
4"5/8 |
De
omtrek van de grip komt overeen met de afstand tussen de top
van de ringvinger tot de tweede handlijn. Een basisgrip
wordt beter te klein dan te groot gekocht. Hierover kan immers
nog een overgrip aangebracht worden. De achthoekige vorm van
de grip gaat het draaien van de racket in de hand tegen. Het
materiaal zorgt voor extra demping, meer vochtopname en dus
een hoger speelcomfort. Schokabsorptie gebeurt door verschillende
lagen met vilt, gel of polyurethaan schuim over de kern van
het handvat.
Twee
manieren om de gripmaat te bepalen.
Frame:
materiaal en bladgrootte
Tot de jaren '70 was een tennisracket gemaakt uit hout. Goed voor de
demping van schokken en trilingen, maar wel zwaar. Op zoek
naar lichtere materialen kwam de technologie eerst bij aluminium
uit. De hanteerbaarheid was goed, maar de trillingen werden
bijna volledig doorgegeven aan de arm. Tegenwoordig wordt
een composietmateriaal gebruikt van grafiet
met titanium, kevlar of glasfiber. Titanium is sterk, licht
met een goede trillingsdemping. Glasfiber is sterk en flexibel,
maar iets zwaarder en minder schokabsorberend. Ook hier is
comfort tegengesteld aan controle. Flexibele frames hebben
een lagere schokimpact, maar geven minder kracht en balcontrole.
Een compromis kan een stijf racket met flexibele schacht zijn.
Nieuwe
materialen lieten ook een grotere bladgrootte
toe dan bij de houten tennisrackets (550 cm²). De standaardmaat
is aanzienlijk groter geworden (630-640 cm²). Er bestaan
verschillende maatklassen:
*
550 - 600 cm² : Mid size
*
600 - 660 cm²: MidPlus size
*
660 - 740 cm²: OverSize (vaak 690 cm²)
Een
groter slagoppervlak zorgt voor een grotere sweetspot.
Dit is de zone waar men de bal optimaal raakt met minimale
schokbelasting, maximale snelheid en minimale trillingen.
De bladgrootte bepaalt hoe gemakkelijk men de bal juist kan
raken. Voor beginnende spelers bestaan er daarom zelfs OverSize
racekts. De kans op misslagen en de bijhorende torsiebelasting
op de pols en arm vermindert. Dit meer aan comfort en stabiliteit
gaat echter ten koste van controle en precisie. OverSize racekts
worden daarom door toptennissers weinig of niet gebruikt,
hoewel Serena Williams de uitzondering vormt die de regel
bevestigt.

De sweetspot waar de bal optimaal geraakt
wordt met de minste trillingen.
Andere
factoren zijn het gewicht, balans en lengte
van de tennisracket. Lichtgewicht racketten liggen goed in
de hand, maar bieden minder controle en comfort. De bal wordt
sneller buiten de sweetspot geraakt. De schok op de arm is
dan drie keer hoger. Door gewicht aan de bovenzijde (TopWeight)
of zijkanten (Even Balanced) toe te voegen kan men de sweetspot
wel vergroten. De minste trillingen worden echter genoteerd
met het balanspunt in de grip (HandleWeight). Een zwaardere
tennisracket absorbeert beter de trillingen.
De
standaardlengte van tennisracketten is 68,5 cm. Longbody rackets
kunnen tot vier cm langer zijn. Ze laten hardere slagen toe,
maar de hefboomwerking bij een misslag is eveneens groter.
Preventief naar pols- en elleboogklachten toe, is het geen
aanrader.
Snaren: spanning
en trillingsdemper
De bespanning van de snaren is eveneens een individuele
keuze op basis van speelwijze, techniek en voorkeur. Een lage
spanning (23 - 26 kg) geeft meer comfort. Er onstaat een soort
trampoline-effect waardoor men harder kan slaan. De trillingen
worden goed opgevangen, maar dit betekent ook dat de balcontrole
vermindert. Een hoge spanning (26 - 30 kg) biedt wel die controle.
Bij strakke snaren is het oppervlak dat de bal raakt immers
groter. Het voelt echter wel als een houten pallet waardoor
de krachten die op de arm uitgeoefend worden, groter zijn.
Natuurlijke darmsnaren geven het beste balgevoel en de meeste
trillingsdemping. Toch worden tegenwoordig vooral synthetische
nylonsnaren gebruikt. Ze zijn duurzamer en veel goedkoper.
Dit geldt ook voor dikkere snaren (> 1,33mm). Een dunnere
snaar (< 1,33mm) geeft veel balgevoel en is elastischer.
Mensen met elleboogklachten hebben meer baat bij dunnere snaren.
Een trillingsdemper is een rubberen inzetstuk
dat over twee of meerdere snaren wordt geplaatst. De idee
is dat de schok en trillingen bij balcontact minder op de
arm worden overgedragen. Onderzoek toont echter aan dat enkel
de hoogfrequente trillingen worden opgevangen. De hand en
elleboog zijn vooral gevoelig voor laagfrequente trillingen.
Spelers ondervonden geen verschil in comfort met of zonder
de trillingsdemper.


Tennisbal: standaard en geel
De wedstrijdbal is volledig bepaald door reglementen. De doorsnede
is ongeveer 6,5 cm en het gewicht van de gasgevulde tennisbal
bedraagt rond de 58g. De stuiterhoogte van 2m50 hoog moet
tussen 1m27 en 1m52 zijn. Voor training echter worden drukloze
trainingsballen gebruikt, deze zijn zachter en dus minder
belastend voor de pols en elleboog.
Vanaf 1972 zijn de fluo-gele ballen ingevoerd en daar zit een
ergonomische reden achter.Vroeger waren tennisballen immers
wit. Voor de TV-kijkers is een gele bal echter makkelijker te volgen.
Ook voor de spelers is een gele bal sneller en beter zichtbaar.
Er bestaan ook groen-gele en oranje-gele ballen, bedoeld voor
kinderen. De zachtere bal stuit trager en minder hoog. De
jonge tennisser heeft zo meer tijd om de bal terug te spelen.
sport
en ergonomie
-
zwemmen -
schaatsen
- fietsen
- tennis