Loopschoen

Loopschoenen en blessures

Vroeger was het simpel. In functie van je voettype koos je aangepaste loopschoenen: anti-pronatie, neutraal of cushioning. Het aantal blessures blijkt hierdoor echter niet te dalen. Moeten we dan terug blootvoets gaan lopen of naar minimalistisch schoeisel? De voorvoetlanding blijkt positief. Toch moeten loopschoenen vooral comfortabel zitten. De oorzaak van overbelasting is immers een combinatie van factoren, waarvan loopschoenen er één is.

Hiellanding met loopschoen, voorvoetlanding blootvoets of combinatie voorvoetlanding met loopschoen.
Hiellanding met loopschoen, voorvoetlanding op blote voeten of de combinatie?

Aangepaste loopschoen op basis van voettype

Moderne loopschoenen worden gekenmerkt door een verhoogde hiel in een dempend materiaal en een steungevende middenzool om een normale voetafwikkeling uit te lokken. Loopschoenen zijn gemaakt voor een hiellanding, waarbij deze piekkracht moet opgevangen worden. Daarna kantelt de voet naar binnen (pronatie), wat samen met het doorzakken van het voetgewelf zorgt voor schokdemping. Aangepaste loopschoenen proberen deze pronatie te controleren. Daarvoor werden klassiek de lopers ingedeeld op basis van hun voettype of de hoogte van hun voetboog:

Lage voetboog. Bij mensen met platte voeten gaat de voet teveel naar binnen kantelen, overproneren. Anti-pronatieschoenen of motion control schoenen zijn verstevigd aan de binnenzijde en probeert zo de pronatie wat tegen te gaan.
Hoge voetboog. Wie holle voeten of een rigid voetgewelf heeft, heeft minder schokdemping en te weinig voetafwikkeling naar binnen toe (onderpronatie). Cushioning schoenen hebben als doel de demping over te nemen. Door een kromme leest en flexibele middenzool wordt het naar binnen kantelen van de voet gefaciliteerd.
Normale voetboog. Voor de lopers met een neutrale voetafwikkeling zijn er de neutrale schoenen. De steungevende middenzool is overal even hard (neutraal) of licht verstevigd (stability schoenen).

Voetafwikkeling

Loopblessures verminderen niet…

Naar blessurepreventie toe blijkt een indeling op basis van voettype te simplistisch. Het aantal overbelastingsklachten aan de onderste ledematen ligt niet speciaal lager. Bij 3000 militaire rekruten kreeg de helft aangepaste schoenen in functie van de hoogte van het voetgewelf, terwijl de andere helft allemaal dezelfde stability schoenen kregen. Na een trainingskamp van 6 weken hadden beide groepen evenveel klachten ontwikkeld. De aangepaste New Balance 587 (motion control), 755 (cushion) en 498 (stability) schoenen maakten geen verschil op deze korte periode [1].

Op iets langere termijn bleek eveneens het positieve effect van stability schoenen. Een groep van 81 loopsters in voorbereiding op een halve marathon werd gedurende de laatste 13 weken gevolgd. De vrouwen werden ingedeeld in drie groepen: neutraal, pronatie en veel pronatie. Binnen elk voettype kregen ze ofwel neutrale, stability of motion control schoenen. Dit waren Nike Pegasus, Nike Structure Triax en Nike Nucleus loopschoenen. Onafhankelijk van het voettype misten de loopsters met de stability schoen de minste trainingsdagen. Dat wil zeggen de loopsters met neutrale voeten meer pijn vertoonden bij neutrale schoenen vergeleken met stability schoenen. Bij de sterke proneerders vertoonden zelfs alle loopsters met motion control schoenen klachten, terwijl die schoen juist aangepast zou zijn aan hun voettype. De klassieke benadering om pronatieschoenen in functie van het voettype voor te schrijven is te simplistisch [2].

Matige pronatie is geen voorspeller van het aantal overbelastingsklachten. Aan 927 beginnende lopers werd de neutrale loopschoen, Adidas Supernova Glide, gegeven. Na 250 trainingskilometers was er geen verschil te zijn in aantal klachten tussen de verschillende voettypes. Meer nog, na 1000 trainingskilometers vertoonden de proneerders iets minder overbelastingsklachten dan de lopers met neutrale voeten [3].

Adidas Supernova Sequence en Glide loopschoenen.
Adidas Supernova Sequence en Adidas Supernova Glide.

Wat doen motion control schoenen ?

Toch doen aangepaste schoenen hun werk. Bij vrouwelijke lopers kantelde het hielbeen duidelijk minder naar binnen en was er minder torsie in het onderbeen. Een groep van 30 loopsters liepen over een krachtenplatform met enerzijds neutrale schoenen (Adidas Supernova Glide) en anderzijds een motion control schoenen (Adidas Supernova Sequence).

Leeftijd is bovendien een extra risicofactor voor overbelasting aan de onderste ledematen. Bij de oudere dames van de lokale loopclub kantelde het hielbeen duidelijk meer naar binnen met meer interne rotatie van het onderbeen als gevolg vergeleken met jonge LO studentes. Op basis van deze resultaten zou een motion control schoen blessurepreventief kunnen werken wanneer het kantelen van de hiel of de torsie van het onderbeen de oorzaak is, zoals bijvoorbeeld bij scheenbeenvliesontsteking en patellafemorale klachten [4].

Het positieve effect van motion control schoenen om de interne rotatie van het scheenbeen te verminderen, bleek ook reeds eerder bij 24 jongvolwassen recreatieve lopers. Het gemiddelde verschil tussen de neutrale schoen (Mizuno Wave Rider) en de motion control schoen (Mizuno Wave Inspirer) was wel klein omwille van de grote individuele verschillen. De hoogte van de voetboog werd in deze studie niet gecontroleerd. Het is dus niet duidelijk of de lopers met een lage voetboog minder of meer baat hadden dan die met een hoge voetboog [5].

Krachtenverloop met loopschoen en op blote voeten.
Krachtcurve tijdens de voetlanding met impactkracht op het begin en de piekkracht.

Blootvoets lopen verandert het looppatroon

Vermits het preventief effect van loopschoenen niet eenduidig is, namen onderzoekers het blootvoets lopen terug onder de loep. Daaruit bleek dat de lopers een ander looppatroon aannemen tijdens het lopen op blote voeten. De meeste hardlopers landen meer op de voorvoet. Daarna buigt de enkel door tot de hiel de grond raakt.

Het doorbuigen van teen naar hiel zorgt voor een natuurlijke schokabsorptie tijdens de voetlanding zodat de impactkracht op het lichaam lager ligt vergeleken met loopschoenen. De piekkrachten liggen eveneens lager bij het blootvoets lopen [6, 7]. Ook de belasting op de knie (abductie- en extensiemoment) ligt daardoor lager vergeleken met loopschoenen (Nike Free 3.3 en Nike Lunaracer 2). De kuitspier moet wel 19% harder werken tijdens blootvoets lopen, waardoor deze meer belast wordt vergeleken met lopen op loopschoenen [7].

Naar blessurepreventie toe zijn de lagere impact- en piekkrachten op de voet, de grotere buiging in de enkel en de lagere belasting in de knie interessant. De voordelen zijn wel te wijten aan de landing op de voorvoet [8]. Toch leveren deze veranderingen geen direct bewijs van minder overbelastingsklachten. If it ain’t broke, don’t fix it [9].

Nike Pegasus (neutraal), Nike Free 3.0 (half minimalistisch) en Vibram FiveFingers (minimalistisch).

Minimalistisch schoeisel

Om de nadelen van blootsvoets lopen weg te werken, werd minimalistisch schoeisel bedacht om de voet wat te beschermen en toch de voordelen te behouden. Van vandaag op morgen echter volledig overschakelen op blootvoets lopen, is niet meteen een goed idee. Lopers in voorbereiding op een 10 km wedstrijd werden de laatste 3 maanden gevolgd. Er werden drie groepen gemaakt: neutrale loopschoen (Nike Pegasus 28), half minimalistische schoen (Nike Free 3.0) en de minimalistische Virbram FiveFingers schoen. De lopers met neutrale loopschoenen vertoonden de minste overbelastingsklachten aan de voet, enkel of knie. De lopers met Vibram FiveFingers vertoonden meer klachten aan de schenen en kuiten. De Nike Free 3.0 kwam als minste uit de bus [10].

Aanpassen vraag tijd

Overschakelen van loopschoenen naar blootvoets lopen vraagt tijd. Wanneer men jarenlang gewoon is om de hiel te landen, is een verandering van het looppatroon niet evident. Voor en na een trainingsblok werd een NMR van de voeten genomen. De ene groep bleef lopen op zijn traditionele loopschoenen, de andere groep schakelde geleidelijk aan over op de Vibram FiveFingers. Deze groep met minimalistisch schoeisel vertoonde na 10 weken duidelijk meer botoedeem, wat wijst op een letsel van het bot [11].

Bij ervaren lopers met minimalistisch schoeisel zijn de geluiden wel positief. Uit een online vragenlijst bij 1605 lopers vertoonden deze groep 3,41 keer minder klachten aan heup, knie, onderbeen, enkel en voet vergeleken met de lopers op traditionele loopschoenen [12]. Wie klachten ontwikkelt op minimalistisch schoeisel keert terug naar loopschoenen, dat vertekent de resultaten. Het voordeel is ook vooral terug te brengen op het veranderde looppatroon, namelijk de voorvoetlanding.

Hiellanding en voorvoetlanding
Hiellanding en voorvoetlanding, met schoenen en zonder schoenen.

Voorvoetlanding is blessurepreventief

De verhoogde en dempende hiel van loopschoenen lokt een hiellanding van de voet uit, het blootvoets lopen meer een voorvoetlanding. Het eerste grondcontact bij wedstrijdatleten gebeurde 70% van de tijd met de hiel wanneer ze hun trainingsschoenen droegen. Met hun wedstrijdschoen aan was dat minder dan 35% van de tijd. Bij deze loopschoen is de hiel niet verhoogd en komt dus bijna even hoog als de tip. De hiel en middenzool zijn niet verstevigd of dempend om een natuurlijke afwikkeling mogelijk te maken. Op blote voeten werd slechts 30% van de tijd op de hiel geland [13].

Het loopatroon is belangrijker dan blootvoets of geschoeid lopen in het kader van blessurepreventie. Lopers die gewend zijn om met loopschoenen te lopen, hebben een verhoogd risico op klachten wanneer ze zouden gaan lopen op blote voeten zonder hun looppatroon aan te passen. Wanneer ze echter meer op de midden- of voorvoet gaan lopen, al dan niet geschoeid, kunnen ze meer schokdemping bekomen. Dat vraagt wel een hogere activatie van de kuitspieren, wat een grotere trainingsbelasting inhoudt van deze spier [14].

Toch kan lopen op de voorvoet blessurepreventief werken. Bij een groep van 52 competitieve lopers lieten de lopers met hiellanding dubbel zoveel overbelastingsklachten optekenen vergeleken met de voorvoetlanders. De ernst van de blessures verschilde niet tussen de twee groepen. Uit deze bevraging bleken het looppatroon, geslacht en trainingsvolume de voorspellende risicofactoren [15].

Conclusie

Blessures aan de onderste ledematen bij lopers zijn meestal overbelastingsklachten. De oorzaak is een combinatie van intrinsieke (voetstatiek, trainingsopbouw, looptechniek, leeftijd…) en extrinsieke factoren (schoeisel, ondergrond,…). De rol van loopschoenen in blessurepreventie is daardoor niet uitgesproken.

Lopen op blote voeten zorgt voor een ander looppatroon. Waar op loopschoenen de verhoogde en dempende hak een hiellanding uitlokt, zijn lopers op blote voeten geneigd om op de voorvoet of middenvoet te landen. Dit looppatroon kan mogelijks blessurepreventief werken. Daarom kan blootvoets lopen ingeschakeld worden als trainingsonderdeel of kan men met loopschoenen aan meer trainen om op de voorvoet of middenvoet te lopen.

[01] Knapik et al. 2010 Effect on injuries of assigning shoes based on foot shape in aire force basic training. Am J Prev Med 2010;38(1S):S197–S211.

[02] Ryan MB, Valiant GA, McDonald K, Taunton JE. 2011 The effect of three different levels of footwear stability on pain outcomes in women runners: a rondomised control trial.

Br J Sports Med 2011;45:715–721.

[03] Nielson RO, Buist I, Parner ET, Nohr EA, Sorensen H, Lind M, Rasmussen S. 2013

Foot pronation is not associated with increased injury risk in novice runners wearing a neutral shoe: a 1-year prospective study. Br J Sports Med 13 jun

[04] Lilley K, Stiles V, Dixon S. 2013 The influence of motion control shoes on the running gait of mature and young females. Gait Posture 2013; 37: 331-335.

[05] Rose A, Birch I, Kuisma R. Effect of motion control running shoes compared with neutral shoes on tibial rotation during running. Physiotherapy 2011; 97: 250-5.

[06] Lieberman DE, Venkadesan M, Werbel WA, Daoud AI, D’Andrea S, Davis IS, Mang’eni RO, Pitsiladis Y. 2010 Foot strike patterns and collision forces in habitually barefoot versus shod runners. Nature 2010; 463 (7280): 531-5.

[07] Bonacci J, Saunders PU, Hicks A, Rantalainen T, Vicenzino BG, Spratford W. 2013 Running in a minimalist and lightweight shoe is not the same as running barefoot: a biomechanical study. Br J Sports Med 2013; 47 (6): 387-92.

[08] Hall JP, Barton C, Jones PR, Morrissey D. 2013 The biomechanical differences between barefoot and shod distance running: a systematic review and preliminary meta-analysis.

Sports Med 2013; 43 (12): 1335-53.

[09] Murphy K, Curry EJ, Matzkin EG. 2013 Barefoot running: does it prevent injuries?

Sports Med 43 (11): 1131-8.

[10] Ryan M, Elashi M, Newsham-West R, Taunton J. 2013 Examining injury risk and pain perception in runners using minimalist footwear. Br J Sports Med 19 dec

[11] Ridge ST, Johnson AW, Mitchell UH, Hunter I, Robinson E, Rich BS, Brown SD. 2013 Foot bone marrow edema after a 10-wk transition to minimalist running shoes.

Med Sci Sports Exerc 2013; 45 (7): 1363-8.

[12] Goss DL, Gross MT. 2012 Relationship among self-reported shoe type, footstrike pattern and injury incidence. US Army Med Dep J 2012 oct-dec: 25-30.

[13] Mullen S, Toby EB. 2013 Adolescent runners: the effect of training shoes on running kinematics. J Pediatr Orthop 2013; 33 (4): 453-7.

[14] Shih Y, Lin KL, Shiang TY. 2013 Is the foot striking pattern more important than barefoot or shod conditions in running? Gait Posture 2013; 38 (3): 490-4.

[15] Daoud AI, Geissler GJ, Wang F, Saretsky J, Daoud YA, Lieberman DE. 2012 Foot strike and injury rates in endurance runners: a retrospective study. Med Sci Sports Exerc 2012; 44 (7): 1325-34.