Vergelijking
van vijf evaluatiemethodes voor heffen en tillen
Comparing the
results of five lifting analysis tools.
Russel SJ, Winnemuller
L,Camp JE, Johnson PW. 2007 Appl Ergon
38: 91-97.
Het
doel van deze studie was om de resultaten te vergelijken van
verschillende evaluatiemethodes voor heffen en tillen. Hiervoor
werd een gestandaardiseerde taak gebruikt: het heffen en neerzetten
van dozen melk van 15 en 23 liter op en vanaf verschillende
hoogtes en dieptes. De referentiepersoon was de 95% grote man.
Om de methodes te kunnen vergelijken, werden de uitkomsten herleid
tot een blootstellingsindex, vergelijkbaar met de Lift Index
van de NIOSH. De zware dozen waren meer rugbelastend dan de
lichtere dozen en heffen boven schouderhoogte werd het zwaarste
getaxeerd.
NIOSH
[link]
Deze methode is universeel gekend en algemeen gebruikt. Op basis
van 6 factoren wordt de tilbelasting gedetailleerd in kaart
gebracht. Eerder onderzoek had reeds aangetoond dat de NIOSH
methode 73% van de jobs met een hoog risico “correct”
indentificeerde, vergeleken met 40% voor de Snook tabellen.
Het is dan ook de meest nauwkeurige methode, waarbij aanpassingen
direct meetbaar zijn. De multi-task NIOSH methode geeft een
nog hogere blootstelling omdat ook rekening wordt gehouden met
het cumulatieve effect van opeenvolgende tilbewegingen. Toch
is deze methode complex en tijdrovend.
ACGIH
TLV [link]
Deze recente methode is gebaseerd op de NIOSH. De horizontale
en verticale afstanden worden ingedeeld in zones. Uit tabellen
kan het maximaal aanbevolen gewicht onmiddellijk afgelezen worden
per zone. In Amerika wordt de ACGIH TLV het meest gebruikt.
Opvallend is dat het tillen boven schouderhoogte relatief strenger
wordt getaxeerd. Hoewel het inschatten van de blootstelling
gelijkaardig is aan de NIOSH, is deze methode gemakkelijker
te gebruiken op het werkveld.
Liberty
Mutual “Snook” Tables [link]
Deze praktijktool geeft maximale waarden voor heffen en tillen
gebaseerd op psychofysieke metingen. Op basis van categorieën
voor horizontale en verticale afstanden, verplaatsing en frequentie,
wordt telkens vermeld voor hoeveel % van de personen een bepaald
gewicht aanvaardbaar is. De eenvoud maakt deze methode ook bruikbaar
voor op de werkvloer. Toch voorspellen de Snook tabellen vooral
de taken met een laag en gemiddeld risico nauwkeurig.
3DSSPP
– 3D Statische kracht predictie programma
Dit programma berekent rechtstreeks de drukkrachten in de lage
rug op het niveau L5/S1. Als maximum limiet geldt 350 kg, wat
overeenstemt met een Lift Index van 1. Het voordeel van deze
methode is dat rekening wordt gehouden met de lichaamslengte
en het gewicht van de individuele persoon. Nadeel is dat de
gevoeligheid minder hoog is. Om een correct beeld te krijgen
van de belasting tijdens het tillen boven schouderhoogte, zou
ook informatie over de momenten in de schouder ingevoerd moeten
worden, wat de methode complex maakt.
WA
L&I
Deze calculator van de Washington State was vooral bedoeld om
zware tiltaken snel te detecteren. Er werd gezocht naar een
redelijk evenwicht tussen eenvoud en correctheid. Aan de hand
van een lichaamsschema worden verschillende tilzones afgebakend
met een aanbevolen maximum gewicht. In optimale omstandigheden
is dit 41 kg, bijna het dubbele van de NIOSH nu. Dit was de
enige methode die de onderzochte tiltaken in deze studie als
aanvaardbaar evalueerde. Enkel heel belastende taken scoren
onaanvaardbaar.

Geen
van deze methodes houdt rekening met de omgevingstemperatuur
en de tilomstandigheden. Andere factoren die ook een rol kunnen
spelen zijn: snelheid van tillen, één hand, onstabiele
lasten, schuifkrachten,...
Zie
ook:
Enkelvoudige
NIOSH
Multi-task
NIOSH
Snook
tabellen (pdf)
|