KIM trekken en duwen

KIM trekken en duwen

KIM trekken en duwen is een analysetool om het risico op overbelasting ten gevolge van trekken en duwen te beoordelen. KIM staat voor Key Indicator Method of knelpuntenmethode. De Duitse KIM methode werd in 2019 vernieuwd en uitgebreid tot zes tools (tillen, trekken en duwen, repetitief werk, kracht, houding en beweging). Het is een snelle gebruiksvriendelijke tools die men op de werkplek zelf kan toepassen.

KIM trekken en duwen (.pdf)

Hoe werkt de KIM trekken en duwen?

De KIM trekken en duwen combineert verschillende risicofactoren om de fysieke belasting van een taak in te schatten:

  • Afstand/Duur
  • Gewicht in functie van het soort kar
  • Ondergrond
  • Omstandigheden
  • Kar eigenschappen
  • Houding
  • Werkorganisatie

Een combinatie van deze factoren resulteert in een risicoscore:

Risicoscore = Tijd x (Gewicht + Ondergrond + Omstandigheden + Kar + Houding + Organisatie) =

De risicoscore maakt een onderscheid tussen mannen en vrouwen. Om het eindresultaat voor vrouwen te kennen, dient men de risicoscore met 30% te vermeerderen. Op die manier weegt eenzelfde taak dan toch zwaarder door.

Risicoscores KIM methode

Voorbeeld

Tijdens de middag verdeelt een verpleegster de maaltijden gedurende één uur. Een volle maaltijdkar weegt 275 kg en heeft twee vaste en twee losse wielen. Elke minuut wordt de kar over 10 meter verder gereden.

Maaltijdkar

* Tijdsscore: 2.5 punten (600 meter of 60x15s)

Bij de tijdsfactor kan men duur of afstand kiezen. In het voorbeeld van de maaltijdbedeling duwt de verpleegkundige de kar 60 keer 10 meter verder ofwel 600m. De kar 10m verder duwen kost eveneens 15sec tijd per keer, wat uitkomt op ongeveer 15 minuten. Beide waarden leveren 2,5 punten op.

Bij korte afstanden, waar de startkracht bepalend zijn, zullen de duur en afstand ongeveer overeenkomen. De wandelsnelheid ligt immers laag (0,7m/s). Bij langere afstanden zal men wel meer snelheid ontwikkelen en is de afstand de bepalende factor. De duur is echter iets moeilijker te berekenen vergeleken met de vroegere frequentie.

* Gewicht: 3 punten (275 kg)

Een maaltijdkar heeft twee vaste en twee losse wielen. In combinatie met een gewicht tussen 200 en 300kg komt dit overeen met 3 punten. Een volle kar weegt 275 kg. Dat gewicht zal geleidelijk aan afnemen, maar een gemiddelde waarde tussen 200 en 300 kg blijft een goede keuze.

KIM trekken en duwen maakt de beoordeling van verschillende types karren en wielopstellingen mogelijk. Naast karren met vier of vijf wielen kan men ook kruiwagens, steekwagens, containers, takels en manuele kranen kiezen.

* Ondergrond: 0 punt (vlak, stevig, proper)

De ondergrond is een bepalende factor voor de trek- en duwkrachten. In een ziekenhuis is de vloer echter vlak, stevig en proper. De vloer wordt immers goed onderhouden en er zijn normaal geen hellingen aanwezig op de afdeling. Bij een goede ondergrond scoort deze dan 0 punten.

Hellingen dienen bij het trekken en duwen beperkt te blijven. Een helling van meer dan 2° wordt extra aangerekend in de KIM trekken en duwen. Trappen of hellingen van meer dan 10° zijn niet aanvaardbaar en resulteren in hoge scores.

* Omstandigheden: 1 punt

In een ziekenhuis zijn de omstandigheden ideaal. De nauwkeurigheid, snelheid, bijsturen, manoeuvreren vormen immers geen probleem. Toch dient men de maaltijdkar regelmatig te stoppen, weliswaar zonder echt af te remmen. Dat komt overeen met één punt.

* Kar eigenschappen: 0 punten

De maaltijdkar is in goede staat. Het voordeel van een ziekenhuis is een vlakke en propere vloer waardoor de wielen niet echt verslijten. De duwbaar aan de kar laat zowel een horizontale als verticale grip toe. Er zijn dus geen nadelige eigenschappen aan de kar zelf.

* Houding: 3 punten (romp licht voorover gebogen)

Een gewicht van 275 kg verplaatsen gebeurt met een licht gebogen rug. De kar mag wel niet te hoog zijn omdat dit uitnodigt tot het trekken met een gedraaide rug. De verpleegkundig kan bij deze kar de duwhoogte individueel kiezen door de verticale duwbaar. Dat vraagt minder kracht en stuurt makkelijker. Deze factoren komen het best overeen met 3 punten.

De beenruimte is wel iets minder gunstig. De duwbaar steekt slechts een beetje uit, waardoor men makkelijk met de voeten tegen de kar botst. Deze factor valt onder de categorie van vijf punten. In principe zou men mogen de tussenliggende waarde van 4 punten nemen. In dit voorbeeld is er echter geen nadelige invloed op de houding waardoor dat niet is gebeurd.

* Organisatie: 2 punten

Het bedelen van de maaltijden bestaat uit het trekken en duwen van de kar, afgewisseld met het tillen en dragen van de plateaus met eten. Tussen de maaltijden doen de verpleegkundigen vooral verzorgende taken. Deze gaan gepaard met het manueel verplaatsen van de zorgvrager. Er is dus wel een variatie in taken, maar wel allemaal belastend voor rug en schouders. Gezien de werkdruk in de sector wordt de organisatie niet optimaal beoordeeld.

Risicoscore: 2.5x (3 + 0 + 1 + 0 + 3 + 2) x 1,3 = 29,25 punten

De meeste verpleegsters zijn vrouwelijk. Daarom wordt de risicoscore met 1,3 vermenigvuldigd. Het risico op overbelasting tijdens het bedelen van maaltijden blijft echter laag. Men dient er wel rekening mee te houden dat tijdens de verzorgende taken ook veel trekbewegingen voorkomen.