KIM trekken en duwen

Wat doet de KIM trekken en duwen?

KIM staat voor Key Indicator Method. Deze Duitse methode werd voorgesteld om te komen tot een meer uniforme uitvoering van de Europese Richtlijnen rond het manueel hanteren van lasten. De KIM trekken en duwen werd ontwikkeld om het risico op overbelasting te beoordelen bij trek- en duwtaken.

* Trekken en duwen (.pdf)  +  Interactieve tool (.pdf)
* Tillen, houden en dragen (.pdf)
* Manuele handelingen (.pdf)

Hoe werkt de KIM trekken en duwen?

De KIM trekken en duwen is een snelle en gebruiksvriendelijke methode die op de werkplek zelf kan toegepast worden. Zes risicofactoren worden beoordeeld:

  • Frequentie/Afstand
  • Gewicht in functie van het soort kar
  • Plaatsingsnauwkeurigheid in combinatie met bewegingssnelheid
  • Houding
  • Werkomstandigheden: ondergrond, wielen en onderhoud

Een combinatie van deze factoren resulteert in een risicoscore:

Risicoscore = Tijd x (Gewicht + Plaatsing + Houding + Omstandigheden) =

Bij de risicoscore wordt een onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Het eindresultaat wordt voor vrouwen met 30% vermeerderd zodat eenzelfde taak toch zwaarder doorweegt.

KIM score

Voorbeeld

Tijdens de middag verdeelt een verpleegster de maaltijden gedurende één uur. Een volle maaltijdkar weegt 275 kg en heeft twee vaste en twee losse wielen. Elke minuut wordt de kar over 10 meter verder gereden.

* Tijdsscore: 4 punten (60 keer of 600 meter)

Bij de tijd wordt een onderscheid gemaakt tussen de startende en rijdende duwkrachten. Als leidraad wordt meer of minder dan 5 meter gegeven. Best worden beide kolommen ingevuld. De verdere berekening gebeurt met de hoogste score. Het 60 keer in beweging brengen van de kar scoort 4 punten, 600 meter rijden levert 2 punten op. In dit geval van de maaltijdkarren wegen de startkrachten door, bij lange afstanden zullen de rijdende duwkrachten bepalend zijn.

* Gewicht: 2 punten (275 kg)

Het type kar en het gewicht worden hier gecombineerd. Bij karren met vier wielen moet gekeken worden of er vaste wielen zijn of niet. In het geval van deze maaltijdkar is dat het geval. Een volle kar weegt 275 kg. Dat gewicht zal geleidelijk aan afnemen, maar een gemiddelde waarde tussen 200 en 300 kg blijft een goede keuze.

* Plaatsing: 1 punt (weinig nauwkeurigheid en snelheid zelf te bepalen)

De plaatsingsnauwkeurigheid en bewegingssnelheid worden hier samen beoordeeld. De nauwkeurigheidseisen zijn hoog wanneer er moet bijgestuurd of gemanoeuvreerd moet worden. De gangen in een ziekenhuis zijn voldoende breed zodat het niet zoveel uitmaakt waar de kar juist stopt. Er hoeft alleszins niet gecorrigeerd te worden zodat de nauwkeurigheid laag is. Wat de snelheid betreft, wordt een gemiddelde snelheid van 1 m/s of 3,6 km/u vermeld. Daar zit men al snel boven. Omdat maaltijdkar slechts over 10m per keer worden verplaatst, zal geen echte snelheid opgebouwd worden zodat die laag blijft.

* Houding: 2 punten (romp licht voorover gebogen)

De houding van de romp wordt op een gelijkaardige manier beoordeeld als tijdens het tillen van lasten. Bij voorkeur is de rug mooi rechtop, een lichte en sterke buiging doen de houdingsscore snel toenemen. Een gewicht van 275 kg verplaatsen gebeurt met een licht gebogen rug. De maaltijdkar mag niet te hoog zijn omdat men anders de rug zal draaien bij het opzij van de kar kijken.

* Werkomstandigheden: 0 punten

In een ziekenhuis zijn de omstandigheden ideaal. De staat van de ondergrond, de hellingsgraad, de aanwezigheid van obstakels en de staat van de wielen vormen immers geen probleem.

Risicoscore: 4x (2 + 1 + 2 + 0) x 1,3 = 27 punten

De risicoscore wordt vermenigvuldigd met 1,3 omdat de verpleegsters vrouwelijk zijn. Er is juist een verhoogd risico op overbelasting voor de gemiddelde verpleegster. Deze taak tussendoor komt bovenop de rugbelasting van het verplaatsen van patiënten. Maatregelen zijn dus nodig.