KIM repetitief werk

KIM repetitief werk

KIM repetitief werk of KIM manuele handelingen is een analysetool om het risico op overbelasting aan de bovenste ledematen te beoordelen ten gevolge van repetitief werk. Dat is het manueel hanteren van lichte lasten (<3kg). KIM staat voor Key Indicator Method of knelpuntenmethode. De Duitse KIM methode werd in 2019 vernieuwd en uitgebreid tot zes tools (tillen, trekken en duwen, repetitief werk, kracht, houding en beweging). Het is een snelle gebruiksvriendelijke tools die men op de werkplek zelf kan toepassen.

KIM repetitief werk (.pdf)

Hoe werkt KIM repetitief werk?

De KIM repetitief werk combineert verschillende risicofactoren om het risico op overbelasting in te schatten:

  • Tijdsduur
  • Kracht: frequentie (repetitief) of duur (statisch)
  • Grip
  • Houding hand/arm
  • Werkomstandigheden
  • Lichaamshouding
  • Werkorganisatie

Een combinatie van deze factoren resulteren in een risicoscore:

Score = Tijd x (Kracht + Grip + Armen + Omstandigheden + Lichaamshouding + Organisatie)

Risicoscores KIM methode

Voorbeeld

Bij het sorteren van kersen staan de werknemers de hele dag recht aan een sorteerband. De witte kleur van de lopende transportband zorgt voor een goed contrast met de kersen. De sorteermachine is op water, waardoor de kersen nat zijn. De werknemers dragen ook handschoenen. Met één hand worden ongeveer 25 kersen per minuut vastgenomen tussen de toppen van de vingers. Het gewicht van een kers is uiteraard zeer laag.

Kersen sorteren

Tijdsscore: 7 punten (7 uur per dag)

De tijd is de effectieve duur dat de werknemers het repetitief werk uitvoeren. In dit voorbeeld gebeurt het sorteren van kersen 7 uur per dag. De tijd van de voorbereiding, de pauzes of het opruimen wordt daarbij niet mee in rekening genomen.

Kracht: 2,5 punten (zeer lage kracht, 25x/min)

Kersen sorteren vraagt een zeer lage kracht. De uitgeoefende kracht ligt immers lager dan 15% van de maximale handkracht van de operator. In combinatie met het aantal handbewegingen per minuut, levert dit een score van 2,5 punten op.

Bij meerdere deeltaken dient men de verschillende krachtscores op te tellen. Wanneer de sorteerders bijvoorbeeld ook 1x/min manueel een volle bak kersen leeggieten, dan is er een extra deeltaak met een hoge kacht. Deze geeft dan ook 1 extra punt, die bij de krachtscore van het sorteren zelf wordt geteld.

Het inschatten van een lage, middelmatige of hoge kracht is niet altijd makkelijk. De KIM repetitief werk geeft als leidraad het percentage van de maximale kracht. Een andere interpretatie vindt men in de HARM methode:

  • Lage kracht: tot 15% maximale kracht of tot 1kg
  • Middelmatige kracht: tot 30% maximale kracht of tot 3kg
  • Hoge kracht: tot 50% maximale kracht of tot 6kg

Grip: 2 punten (beperkt)

Een goede grip veronderstelt een goed ontworpen handvat. Het product laat zich dan makkelijk vastnemen. Kersen hebben geen handvat, maar zijn relatief makkelijk vast te nemen tussen de toppen van de vingers. Deze pincetgreep vereist een licht verhoogde grijpkracht. De kersen zijn daarenboven nat. De gripscore wordt daarom als beperkt gekozen, 1 punt.

De mogelijkheden voor de gripscore zijn goed, beperkt en heel beperkt. Criteria daarvoor zijn een goed ontworpen handvat (0), geen ontworpen handvat (2), een slecht ontworpen handvat (4) ofwel een goede (0), matige (2) of slechte grip (4). Soms is er geen ontworpen handvat, maar toch een goede grip. Dan kan men de tussenliggende waarde van 1 punt kiezen. Interpoleren mag.

Houding hand/arm: 2 punten (vaak ongunstige houdingen pols)

De polsen nemen vaak extreme houdingen aan tijdens het sorteren. De kersen liggen immers in alle richtingen. De handpalm wijst naar beneden en meer dan de helft van de tijd is de pols zijwaarts gebogen. Dit resulteert in twee punten.

Bij de houdingsscore zijn twee factoren van tel: extreme bewegingen of langdurig een statische houding. Daarbij wordt gekeken hoe vaak deze voorkomen: zelden, soms, vaak of constant. Om dit meer objectief te maken kan de indeling van de OCRA index gehanteerd worden: <20%, 20-50%, 50-80% en >80% van de cyclustijd.

Omstandigheden: 1 punt (nat, handschoenen)

In een professionele sorteerruimte is het gekoeld zodat de kersen langer vers blijven. Er is dus een temperatuurverschil met buiten in de zomer. Sorteren op water maakt dat de kersen wat nat zijn, hoewel de hinder hiervan beperkt is. Handschoenen verminderen het fijne gevoel in de vingers een beetje, maar dat is ook beperkt. Deze factoren maken één punt voor omstandigheden.

Bij de factor omstandigheden wordt vooral gekeken naar de omgevingsfactoren zoals verlichting, geluid, klimaat, enz… Een criterium daarbij is ook in welke mate deze de concentratie verstoren. Een slechte verlichting verhoogt immers de concentratievereisten. Bij het sorteren is hiermee rekening gehouden door de witte transportband. De taak op zich vraagt immers al veel concentratie.

Lichaamshouding: 4 punten (hele dag staan, gebogen nek)

Kersen sorteren gebeurt al staand met weinig mogelijkheid tot wandelen. De nek is eveneens constant gebogen om een beter zicht details te hebben. Deze statische houdingen komen overeen met vier punten.

De lichaamshouding is een brede factor. Het langdurig staan en de houding van romp/hoofd/schouders komen allemaal aan bod. Bedoeling is om de verzwarende houdingen te laten doorwegen. Deze hebben niet altijd rechtstreeks iets te maken met het repetitieve van de bovenste ledematen.

Organisatie: 4 punten (hoog tempo, geen afwisseling)

Organisatie gaat over de afwisseling in taken binnen de cyclus. Kersen sorteren is steeds dezelfde taak, dus zonder afwisseling. De band stopt nooit zodat er geen echter rustmoment zijn. In combinatie met het hoge tempo is geen of nauwelijks verandering van fysieke belasting.

Risicoscore: 7 x (2,5 + 2 + 2 + 1 + 4 + 4) =  108,5 punten

In deze situatie houdt het sorteren van kersen een verhoogd risico in voor alle mensen. Een heel effectieve maatregel bij repetitief werk is jobrotatie. Aandachtspunt is dat de andere taken dat niet opnieuw repetitief zijn. Met een maximum van twee uur per dag zou de risicoscore al dalen tot 31.

Door de invoer van een hoge stoel zodat de mensen kunnen afwisselen tussen zitten en staan, zou de lichaamshoudingsscore 2 worden. De risicoscore zal daardoor verder dalen tot 27. Hoe lager de risicoscore, hoe beter.