KIM Lichaamskracht

KIM Lichaamskracht

KIM lichaamskracht beoordeelt de fysieke belasting door hoge krachten waarbij heel het lichaam wordt ingezet. De vereiste krachten zijn zo hoog dat men de taak niet in een zittende positie kan uitvoeren. Typische taken zijn het openen en sluiten van valven, werken met een hefboom/koevoet, verplaatsen van personen, plaatsen van ramen, slaan met de hand, zware hamers/gereedschappen, schoppen, enz…

De KIM lichaamskracht kan ook als verdieping dienen van de andere KIM tools (tillen, trekken/duwen en repetitief werk). Wanneer deze risico’s gepaard gaan met hoge krachten, kan men deze nog eens apart beoordelen.

KIM Lichaamskracht (.pdf)

Hoe werkt KIM lichaamskracht

KIM lichaamskracht combineert volgende risicofactoren:

  • Duur: aantal keren of aantal minuten per dag
  • Kracht: statisch of dynamisch
  • Grijpwijze
  • Lichaamshouding
  • Omstandigheden
  • Organisatie

Risicoscore = Duur x (Kracht + Grip + Lichaamshouding + Omstandigheden + Organisatie)

Risicoscores KIM methode

Voorbeeld

Grondwerkers die waterleidingen herstellen gaan in een ploeg van drie personen aan het werk. De man die in de put werkt, doet ongeveer 300 schopbewegingen voor één put. Op dagbasis doet men drie herstellingen. Elk maakt dus één put per dag vermits men afwisselt in taken. Per schopbeweging schept de grondwerker telkens vijf kg op. Dat betekent een herhaalde en hoge kracht vanuit heel het lichaam. De romp wordt daarbij sterk gebogen, meer dan 60°.

Grondwerker in actie

Duur: 3,5 punten

Een grondwerker spendeert ongeveer 40 minuten aan het graven van een put. Dat resulteert in een tijdsscore van 3,5 punten.

Voor het toekennen van de tijdsscore wordt een onderscheid gemaakt tussen continue taken en intermitterende taken. Deze laatsten worden onderbroken door herstelmomenten. In dat geval is het aantal keer per dag bepalend. Voor continue taken wordt het aantal minuten op dagbasis bekeken. Omdat het schoppen zo herhaald voorkomt, kan men dit een continue taak noemen. Het verplaatsen van een patiënt is een voorbeeld van intermittente taak.

Kracht: 15 punten

Het schoppen van vijf kg per keer, is een een hoge kracht. Het tempo van 300 schopbewegingen op 40 minuten, komt overeen met een ritme van 8 per minuut. Dit betekent 15 punten als krachtscore.

De tabel met krachtscores ziet er hetzelfde uit als bij de KIM repetitief werk. Een kracht kan evolueren van laag tot maximaal. Toch gaat het over verschillende krachten. Bij repetitief werk is de kracht in de handen of armen bepalend. In de KIM lichaamskracht telt de kracht vanuit het hele lichaam. Voor vrouwen wordt deze waarde ook met 1,5 vermenigvuldigd.

De indeling in middelmatige, hoge, heel hoge en piekkracht gebeurt op basis van het percentage van de maximale lichaamskracht. De omschrijving van de verschillende taken bij de krachtscores is zeer handig. Daarzonder is het niet zo evident de kracht in te schatten.

Grijpwijze: 2 punten

Bij het schoppen houdt men de steel met beide handen vast. Doordat de handen een stuk uit elkaar staan, zal de kracht niet hetzelfde zijn over de twee handen. Een ongelijke verdeling van de kracht tussen de handen, komt overeen met twee punten.

Een goede grijpwijze betekent dat de kracht met twee handen en symmetrisch wordt uitgeoefend. Werken met één hand levert een hoge score op.

Lichaamshouding: 6 punten

De sterk gebogen rug tijdens het graven van een put is meer dan 60°. Bij het weggooien van de aarde zal dit vaak gepaard gaan met een torsie. De houdingsscore is bijgevolg ongunstig of 6 punten.

Omstandigheden: 4 punten

Voor deze factoren dient men te kijken naar: extreme bewegingen hand/arm, grip, omgevingsfactoren, beperkte ruimte en beperkte bewegingsvrijheid door kledij. Bij het schoppen zijn er vaak extreme bewegingen in de polsen. Om de belasting beperkt te houden, zal er steeds slechts een smalle put uitgegraven worden. Dat maakt wel dat de bewegingsruimte heel beperkt is. In totaal resulteert dit in 4 punten.

Organisatie: 0 punten

Op een dag doet men drie herstellingen. Tussendoor rijdt men van de ene locatie naar de andere. Op dagbasis bekeken, kan men stellen dat er veel afwisseling is in fysieke belasting. Het rijden kan men immers als een herstelmoment zien wat lichaamskrachten betreft.

Risicoscore : 3,5 x (15 + 2 + 6 + 4 + 0) =  94,5 voor mannen