Ergonomische voorkeurhouding voor bestuurders in grote bussen.

Bestuurdersstoel bus

Busbestuurders zijn mensen die voor hun beroep langdurig in eenzelfde houding moeten zitten. Om lage rugpijn te voorkomen is het noodzakelijk voldoende aandacht te schenken aan ergonomie van de zetel en de bestuurderscabine. De norm NEN 5526 helpt ons al op goede weg.

Voorkeurshouding NEN5526

De voorkeurshouding van de bestuurders in grote bussen zoals lijn-, stads- en tourbussen is met de zitting 5° achterwaarts gekanteld en de rugleuning 15°. Voor de onderbenen wordt uitgegaan van een hoek van 30°. Deze waarden maken gezonde en veilige lichaamshoudingen en -bewegingen mogelijk. De grote bestuurder moet daarbij nog onder een hoek van 15° naar buiten kunnen kijken. De kleinste persoon moet het wegdek kunnen zien op 4 meter voor de bus en 1m op een hoogte van 1m (lopende kinderen). Om dit mogelijk te maken voor alle bestuurders zijn er veel instellingen. Deze moeten makkelijk en snel te bedienen zijn, anders worden ze niet gebruikt en gaat de waarde van de stoel verloren.

Ondersteuning rug

Door de statische belasting van het lichaam gecombineerd met de invloeden van trillingen, schokken en balansverstoringen, moet prioriteit gegeven worden aan de ondersteuning van het lichaam. De rugleuning van 50 à 60 cm hoog speelt een voorname rol en nog meer specifiek de lage rugsteun. Deze steun aan de lage rug moet in diepte (2-4cm) regelbaar zijn en in hoogte van 22-26 cm. De inclinatie van de rugleuning kan ook ingesteld worden tot 30° naar achter. Maar niet alleen de stoel biedt steun, ook de steunvlakken van de voeten links en de pedalen rechts en het stuurwiel. Armsteunen ontlasten de armen, schouders en nek, maar ze mogen snelle reactie niet hinderen.

Afmetingen van de rugleuning.

Bestuurderscabine

De primaire taak van de bestuurder is het rijden met de bus. Het stuur en de pedalen zijn hiervoor de belangrijkste hulpmiddelen. Het stuur heeft een diameter van 45 cm en staat onder een hoek van 45°. Dit laat een comfortabele bediening toe. Om ook voldoende ruimte te verzekeren voor de benen en buik van grotere of dikkere bestuurders, is het stuur best verstelbaar (+/- 4cm) en kantelbaar (+/- 5°). De pedalen hebben een vaste positie. Om een goede zithouding mogelijk te maken is de zetel in hoogte en diepte verstelbaar. Een eventuele betaaltafel moet zich binnen handbereik bevinden zonder dat de romp gebogen of gedraaid moet worden. De display en knoppen hiervan moeten onder een hoek van 30 tot 60° staan zodat alles makkelijk zichtbaar is.

Bestuurderszetel met zetel en primaire bedieningsmiddelen.

Zitdrukverdeling

De stramheid van het steunmateriaal moet in het midden laag zijn. Dit zorgt voor een goede zitdrukverdeling en voorkomt afknellen van bloedvaten of zenuwbanen. Aan de buitenkant is de weerstand tegen indrukking wel hoger. Een hardheid van 75 N/dm² voor de zitting en 50 N/dm² voor de rugleuning zorgen voor voldoende stabiliteit en stevigheid. De toplaag van het zitkussen, direct onder de bedekkingslaag, is vaak 2 cm zacht schuim, om het comfortgevoel te verhogen. Het bekledingsmateriaal zelf mag niet glad zijn en moet voldoende weerstand tegen schuiven bieden. Vermits de zetel beeldbepalend is voor de hele cabine, moet deze er modern en professioneel uitzien. Het ontwerp moet aantrekkingskracht hebben op de bestuurders, ook in de loop der jaren.

Omgevingsfactoren

Voor de gehele cabine spelen ook nog andere omgevingsfactoren mee. De temperatuur moet geregeld kunnen worden tussen 18 en 26° C. Ventilatie door de blaasmonden moet een luchtsnelheid van minstens 1m/s mogelijk maken. Het luchtvolume moet geregeld kunnen worden. Het interieurgeluid in de cabine mag niet meer dan 72 dB bedragen. Langdurige blootstelling aan mechanische trillingen op de arbeidsplaats moet vermeden worden. De zetel kan mee trillingen dempen. Verblinding kan vermeden worden door een schuine voorruit, matte en donkere kleuren binnen de cabine, scheidingswand achter de bestuurder en instelbare zonwering.