OCRA methode
OCRA staat voor "Occupational Repetitive
Action". De methode is ontwikkeld
om het risico op overbelasting aan de bovenste ledematen te
kunnen inschatten tengevolge van het repetitief hanteren van
lichte lasten. De OCRA methode of de OCRA index vormt de basis
voor de internationale normen over repetitief werken, ISO
11228-3 en EN 1005-5. Daarnaast bestaat er ook een OCRA checklist
als verkorte of eenvoudigere procedure [OCRA
checklist].
OCRA
index (.pdf)
OCRA
checklist (.pdf)
OCRA
index
In de OCRA methode wordt steeds rekening gehouden zes
risicofactoren:
*
Houding en beweging - Posture - Pf
*
Bijkomende factoren - Additional - Af (koude, trilling, geluid,
handschoenen,...)
*
Herhaling - Repetition - Rf
*
Kracht - Force - Ff
*
Herstelperiodes - Recovery - Rc
*
Werkduur - Duration - Dc
De OCRA index is de verhouding tussen het actuele
aantal handelingen per minuut (ATA) en het maximaal aanbevolen
aantal (RTA).
De
RTA (recommended technical actions)
drukt het aantal handelingen per minuut uit dat maximaal wordt
aanbevolen. Het uitgangspunt is dat een frequentie van 30
handelingen per minuut een aanvaardbare grens is tijdens een
werkdag van 4 tot 8 uur met minstens twee pauzes van 8 à
10 minuten. Naar analogie met de NIOSH methode wordt deze
waarde nog verminderd door de zes risicofactoren. Deze hebben
een waarde tussen 0 en 1 zoals uit de OCRA
tabellen kan afgelezen worden.
RTA = 30 x Pf x Af x Rf x Ff x (Rc x Dc)
|
De
OCRA index berekent men door het reële aantal handelingen
per minuut (ATA) te delen door het maximaal aanbevolen aantal
(RTA). Voor het inschatten van de risicograad gelden volgende
grenswaarden:
OCRA
Index |
Risico |
<
2,2 |
Geen
risico |
2,3
- 3,5 |
Beperkt risico |
3,6
- 4,5 |
Laag risico:
2x hoger |
4,6
- 9 |
Gemiddeld
risico: 3x hoger |
>
9 |
Hoog
risico: 4x hoger |
De
relatie tussen de OCRA index en de prevalentie van mensen
met overbelastingsklachten aan de bovenste ledematen werd
uitgebreid onderzocht. De grenswaarden van de risicozones
zijn zo bepaald dat 95% van de niet-blootgestelde populatie
overeenkomt met de groene zone. Voor de rode zone werd de
limiet zo gekozen dat 50% van de mensen dubbel zoveel klachten
vertonen dan de niet-blootgestelde populatie.
Voorbeeld:
ijsjes inpakken




Voorbeeld ijs inpakken:
filmpje (website OCRA)
Berekening OCRA index
(website OCRA)
Het actuele aantal handelingen (ATA) kan men tellen op het filmpje.
Dit duurt 37" en de medewerker voert 40 technische acties
uit. Dat betekent dat er gewerkt wordt aan een tempo van 65
TA/min. Om het aanbevolen aantal handelingen (RTA) te kennen,
dienen de risicofactoren berekend te worden.
| Handeling |
TA
|
| Nemen ijsjes |
23x
|
| In doos leggen
ijsjes |
9x |
| Herpositioneren
in doos |
4x |
| Volle doos
nemen |
1x |
| Volle doos
positioneren |
1x
|
| Nieuwe doos
nemen |
1x
|
| Nieuwe doos
positioneren |
1x |
37" |
40x |
* Houding: 0,6
De beoordeling van de houding dient afzonderlijk voor de linker
en rechter hand te gebeuren. Alle gewrichten worden bekeken
en gescoord. Om de houdingsfactor te kennen, wordt echter
de meest belastende houding tijdens de cyclustijd in rekening
genomen. In dit voorbeeld is dat 60% van de tijd werken met
een palmgreep.
| Handeling |
Schouder |
Elleboog |
Pols |
Hand |
| Nemen ijsjes |
x |
x |
x |
x |
| In doos leggen
ijsjes |
|
x |
|
x |
| Herpositioneren
in doos |
|
|
|
|
| Volle doos
nemen |
|
|
|
|
| Volle doos
positioneren |
x |
x |
|
|
| Nieuwe doos
nemen |
x |
x |
|
|
| Nieuwe doos
positioneren |
|
x |
|
|
| |
15% |
48% |
41% |
60% |
De rechter schouder is meer dan 80° geheven tijdens het wegzetten
van de volle doos met ijs en het nemen van de nieuwe doos.
Enkele ijsjes die verderaf liggen (3x), vereisen ook ver reiken
met de schouders. Dat maakt dat 15% van de tijd de rechter
schouder sterk geheven is.
De ellebogen zijn ongeveer de helft van de tijd (48%) bijna volledig
gestrekt tijdens het nemen en in de doos leggen van de ijsjes.
De pols staat tijdens het nemen van de ijsjes bijna steeds
zijwaarts gebogen (radiale deviatie), goed voor 41% van de
tijd.
De meest belastende houding is echter de grijpwijze. Meestal worden
de ijsjes opgenomen en weggelegd met een palmgreep (60%) en
soms met een krachtgreep (19%). In de OCRA tabellen kan men
aflezen dat 60% van de tijd werken met een palmgreep overeenkomt
met een houdingsfactor van 0,6.
* Bijkomende factoren: 0,8
Bijkomende factoren kunnen organisatorisch of fysisch van aard
zijn. In het geval van ijsjes inpakken is het werk tempogebonden
zonder enige regelmogelijkheid. Dat levert een factor van
0,8 op.
Op fysisch vlak is koude (<0°) een bijkomende factoren. Bijna heel de tijd
is de werknemer in contact met de koude ijsjes. Dit levert
eveneens een factor 0,8 op. Beide factoren wegen dus even
zwaar door.
* Herhaling: 0,7
Het inpakken van ijsjes biedt weinig afwisseling zodat bijna heel
de cyclustijd dezelfde bewegingen worden uitgevoerd. De repetitiviteit
of herhaling ligt dus hoog. Dat dit het werk belastend maakt,
mag blijken uit een herhalingsfactor van 0,7.
* Kracht: 0,96
Voor elke deeltaak wordt de kracht gescoord. Dit
kan objectief door de spierspanning te meten (EMG) of door
subjectief door het de werknemers te vragen (Borg score).
Het nemen en wegleggen van ijsjes is heel licht werk (0,5).
Enkel het wegzetten van een volle doos vereist een matige
kracht (3). Het gewogen gemiddelde van deze krachtscores is
0,63. Deze waarde vindt men niet meteen terug in de OCRA tabellen.
Bedoeling is dat de krachtfactor geïnterpoleerd wordt
en dan bekomt men 0,96.
* Herstel: 0,6
In de OCRA methode wordt ervan uitgegaan dat elk uur repetitief
werk gevolgd wordt door 10 minuten pauze. Wanneer dit niet
het geval is, is er onvoldoende herstel. De herstelfactor
bekijkt het aantal uren dat er te weinig rust is. In dit voorbeeld
hebben de werknemers twee keer een pauze van 10 minuten (na
het tweede en vijfde uur) en een middagpauze (na het vierde
uur). Dat betekent dat er nog vier uren repetitief werk overblijven
dat er geen voldoende herstel was. Dit bepaalt de herstelfactor
van 0,6.
* Werkduur: 1
De werkduur heeft betrekking op het repetitieve werk. Op een volledige
werkdag van 480 minuten wordt er 20 minuten gepauzeerd (zie
hierboven) en 20 minuten niet-repetitief werk gedaan. Dat
maakt dat 440 minuten per dag effectief ijsjes worden ingepakt.
RTA = 30 x 0,6 x 0,7 x 0,8 x 0,96 x (0,6 x 1) = 5,8 |
OCRA index = 65 / 5,8 = 11,2 |
Er is een sterk verhoogd risico op overbelasting aan de bovenste
ledematen wanneer men een hele dag ijsjes moet inpakken. Het
aantal medewerkers met klachten dat men mag verwachten zal
gemiddeld 26,7% zijn. Dat is meer dan vier keer zoveel dan
men kan verwachten bij medewerkers die geen repetitief werk
moeten doen. Preventie is dus noodzakelijk.
Een voor de hand liggende oplossing bij repetitief werk is jobrotatie.
Wanneer de werkduur van 440 minuten kan teruggebracht worden
tot 220 minuten, zal het risico aanzienlijk dalen. In de formule
om RTA te berekenen, verandert de factor werkduur immers van
1 naar 1,5. Het aantal uren zonder voldoende herstel zal ook
herleid worden tot 2 uren (factor 0,8). RTA wordt dan 11,6
en de OCRA index 5,6. Toch betekent dit nog
steeds een sterk verhoogd risico.
Multi-OCRA
Wanneer meerdere repetitieve taken gecombineerd worden tijdens
een shift, dan is de multi-task OCRA van
toepassing om het risico op overbelasting te evalueren. Bij
infrequente jobrotatie (minder dan elk 1,5 uur), wordt de
samengestelde OCRA index het meest nauwkeurig berekend, volgens
de formules van de multi-NIOSH methode. Bij frequente jobrotatie
(om het uur), wordt het tijdsgewogen gemiddelde van de OCRA indeces berekend. Daarom
is factor "t" toegevoegd, het aantal minuten dat
elke taak wordt uitgevoerd.
RTA = som [ 30 x Pf x Rf x Af x
Ff x t ] x (Rc x Dc)
Voorbeeld multi-task OCRA:
Wanneer taak 1 een hele dag wordt uitgevoerd, is de OCRA-index
5,6 (rode zone). Om het risico op overbelasting in te perken,
wordt jobrotatie met een tweede taak voorgesteld. Deze heeft
een OCRA-index van 1,3 (groene zone). Om de repetitiviteit
van deze combinatie op dagbasis (met pauzes) te kunnen beoordelen,
dient men het aantal minuten dat elke taak wordt uitgevoerd
(t), mee in rekening te nemen.
RTA
= som [ 30 x Pf x Rf x Af x Ff x t ] x ( Rc x Dc )
| |
30 |
Pf |
Rf |
Af |
Ff |
t |
. |
Rc |
Dc |
RTA |
| Taak 1 |
30 |
0,6 |
0,7 |
1 |
1 |
200 |
2520 |
. |
. |
. |
| Taak 2 |
30 |
0,7 |
1 |
1 |
1 |
260 |
5460 |
. |
. |
. |
| Som taken |
. |
. |
. |
. |
. |
. |
7980 |
0,6 |
1 |
4788 |
ATA
taak 1 = 42 technische acties per minuut x 200 minuten = 8400
acties
ATA
taak 2 = 16 technische acties per minuut x 260 minuten = 4160
acties
ATA
combinatie = 12560 technische acties per shift
RTA
combinatie = 4788 technische acties per shift
OCRA-index
: 12560 / 4788 = 2,62 (gele zone)
Door het invoeren van jobrotatie wordt het risico toch aanzienlijk
verminderd. Nog beter zou zijn afwisseling te zoeken met meerdere
niet-repetitieve taken, zodat het risico op overbelasting
kan opgelost worden.
Lees ook:
* OCRA methode
* Fonds
van Beroepsziekten
* Link
naar website OCRA
Overzicht
- 3D
SSPP
- Accelerometer
- EMG
- Hartslag
- HARM
- KIM - MAC
- Mainz
Dortmunder Dosismodel - multiNIOSH
- NIOSH
- OCRA
- OWAS
- RULA
- QEC
- Snook -
Strain Index