NBN-EN 1335 (2000): Bureaustoelen
In de Europese norm 1335-1 (2000) staan de minimumafmetingen beschreven
voor drie types bureaustoelen. Deze is ook omgezet in een
Belgische norm, vandaar NBN. De voorgeschreven afmetingen
kunnen en mogen nog verruimd worden. In Nederland heeft men
dit gedaan in een nationale praktijkrichtlijn, NPR 1813, om
beter te passen voor alle lichaamslengtes. Om van een ergonomisch
verantwoorde bureaustoel te kunnen spreken, wordt de Europese
norm best als minimum genomen en de NPR 1813 als optimum.
Ook de Belgen zijn groter dan de doorsnee Europeaan.
|
NBN-EN
1335 |
NPR
1813 |
ZITTING
|
Hoogte |
<
40 - 51 >
>
12 cm verstelbaar |
41
- 55
|
Breedte |
40
> |
40> |
Diepte |
<
40 - 42 >
>
5 cm verstelbaar |
38
- 48
|
Inclinatie |
<
-2° tot -7° >
>
6° kantelbaar |
-7°
tot +3°
|
|
|
|
RUGLEUNING
|
Hoogte |
36
> |
37> |
Breedte |
36
> |
36
- 46 |
Lage
rugsteun |
<
17 - 22 > |
17
- 23 |
Inclinatie |
>
15° kantelbaar |
|
|
|
|
ARMSTEUNEN
|
Hoogte
|
vast
: 20 - 25
verstelbaar
: < 20 - 25 > |
/
20
- 30 |
Breedte |
>
4 |
>
5 |
Tussenafstand |
46
- 51 |
36
- 51 |
| Lengte |
>
20 |
>
20 |
Afstand
tot zitrand |
>
10 |
>
20 |
Zithoogte
Om de zithoogte te bepalen gaat men er vanuit dat alle beeldschermwerkers
met de voeten plat op de grond kunnen steunen. De hoogte van
het zivlak wordt vervolgens ingesteld op knieholtehoogte.
Voor de Belgische werknemers (DINBelg tabel) zou een verstelbaarheid
nodig zijn van 42 tot 54 cm. Dit is ruimer dan wat de Europese
norm minimaal voorschrijft. Grotere werknemers kopen best
een bureaustoel met hogere gaslift of een stoel die ook beantwoordt
aan de NPR 1813.
Bewegingsmechanisme
Langdurig
zitten in dezelfde houding is belastend voor de rug. Houdingsafwisseling
dient door de stoel gestimuleerd te worden. De EN 1335-1 vermeldt
daarom een kantelende zitting en rugleuning. De negatieve
hoeken, -2° tot -7°, duiden op een bewegingsmechanisme
waarbij het zitvlak naar achter kan kantelen. Toch wordt er
een groot deel van de tijd in een voorwaartse zithouding gewerkt.
De NPR 1813 beveelt daarom een bewegingsmechanisme aan dat
naar voor en achter kan inclineren.
Armsteunen
Armsteunen
zijn best verstelbaar om voor alle beeldschermwerkers te passen.
De Europese norm schrijft een verstelbaarheid tussen 20 en
25 cm voor, al mogen de armsteunen ook op een vaste hoogte
zijn binnen deze range. De ellebooghoogte in zit echter van
de grootste en kleinste mensen in België varieert tussen
19 tot 30 cm . Dit is duidelijk meer dan de minima in de norm.
Ook voor armsteunen, voorziet de NPR 1813 een betere verstelbaarheid.
Dit geldt eveneens voor de aanpassing in de breedte van de
armsteunen. Voor de mensen met een smalle ellebogenbreedte
zou deze tussenafstand kleiner mogen zijn dan wat de EN 1335-1
vermeldt.
Belangrijker
is echter de lengte van de armsteunen. De afstand tot de voorste
rand van de zitting moet groot genoeg zijn zodat de werknemers
hun stoel onder de werktafel kunnen inschuiven en dicht bij
hun werk zitten. Dit is in praktijk een veel voorkomend probleem.
Mensen zetten de armsteunen op de laagste stand om toch dicht
genoeg te kunnen aanschuiven. De NPR 1813 gaat ook voor deze
maat een stap verder door een vrije ruimte van minstens 20
cm voor te stellen.
EN1335
(bureaustoel)
- EN527
(computertafel)
- EN1729
(schoolmeubilair)
- EN
12464
(verlichting)
-
EN1116
(keuken)
- EN
1005 (fysieke belasting) - ISO
11226
(statisch)
- ISO
11228 (manueel lasten)