Logo Lund universiteit

Actiewaarden Lund

Actiewaarden Lund

Om risico’s te analyseren bestaan heel wat observatiemethodes die zonder veel voorkennis ingevuld kunnen worden. Daar zit steeds een deel subjectieve beoordeling. Ook de expert ergonoom maakt graag gebruik van deze methodes. Om een toegevoegde meerwaarde te bieden, dient de expert echter meer in te zetten op een objectieve beoordeling van de blootstelling aan ergonomische risico’s. Aan de Zweedse universiteit van Lund ontwikkelde men daarom objectieve actiewaarden Lund, “action levels”.

Houding, beweging en spieractiviteit

Om werkgebonden aandoeningen te voorkomen gelden er voor geluid, chemische agentia, trillingen,… grenswaarden die niet mogen overschreden worden. Doelstelling was dit ook te ontwikkelen voor fysieke belasting zodat de expert een objectieve risicoanalyse kan doen en onderbouwde maatregelen kan voorstellen.

Dit is mogelijk door het meten van houding, beweging en spieractiviteit (kracht). Deze worden uitgevoerd bij meer dan 1000 personen bij 60 verschillende beroepen. Door deze resultaten te vergelijken met de aanwezigheid van lichamelijke klachten konden actiewaarden opgesteld worden. Het blootstellingsniveau laat toe om de relatie tussen de fysieke belasting en aandoeningen, de dosis-respons relatie, te bepalen.

Actiewaarden Lund

Het overschrijden van de actiewaarden betekent een onaanvaardbare fysieke belasting en een groot risico op het ontwikkelen van werkgerelateerde aandoeningen. Het is dan noodzakelijk om de werkbelasting te verminderen.

Gemiddelde belasting (>50% van de dag)

Bewegingssnelheid

  • Bovenarm: max. 60°/s
  • Pols: max. 20°/s

Houding

  • Flexie hoofd: max. 25°
  • Geheven arm: max. 30°

Spieractiviteit (EMG)

  • Voorarm extensoren: max. 10%

Piekbelasting (>10% van de dag)

Houding

  • Extensie hoofd (achterwaarts): max. 10°
  • Buiging hoofd (voorwaarts): max. 50°
  • Geheven arm: max. 60°

Spieractiviteit

  • Voorarm extensoren: max. 30%

Herstelduur (duur dat spieractiviteit lager dan 0.5% MVC is)

  • Schouderspier (m. Trapezius): min. 5% van de tijd
  • Voorarm extensoren: min. 5% van de tijd)